* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

wie omhoogkijkt, zit voor hij het weet twee jaar verder

boekIn tijden van slechte cijfers en slabakkende economie een positieve post bij elkaar sprokkelen over sociale economie is misschien niet iets waar de goegemeente op zit te wachten. Toch stemt de boodschap van de overlegfora sociale economie in Vlaanderen, Wallonië en Brussel mij hoopvol en tevreden, om het in koningstermen uit te drukken.”De sociale economie maximaliseert het sociale nut van de dienstencheque.” Zo staat het er. Ik geef toe: het is geen transparante zin, en het woordje maximaliseren rammelt, althans naar communicatienormen. Maar de sociale economie stelt, naar het schijnt, op dit moment toch al ongeveer 9000 dienstenchequewerknemers tewerk. Uit recente enquêtes van Atout EI en Febecoop adviesbureau Vlaanderen blijkt dat “de kwaliteit van de arbeid bij de dienstencheque-ondernemingen uit de sociale economie erg hoog ligt: werknemers van ondernemingen in de sociale economie voelen zich niet onzeker over de toekomst van hun job.” Goed nieuws, maar oud nieuws. Dat de sociale economie naar jobkwaliteit streeft en groot belang hecht aan het welzijn op het werk, de gezondheid en de balans werk en gezin van de medewerkers, kwam ook al naar voren in “Wie omhoogkijkt, ziet geen grenzen“. Ik schreef het boek in 2006 maar het onderwerp blijft billenbrandend actueel. “Vorming en begeleiding zijn een prioriteit. Een aanzienlijk deel van de arbeidstijd wordt geïnvesteerd in persoongerichte opleidingen, gezamenlijke huisbezoeken en vergaderingen met hun collega’s.” Klopt als een zwerende vinger. “Op die manier differentieert de sociale economie zich van de aanpak van interimkantoren en van de pure privé-initiatieven, waar optimalisatie van de winst voorop staat.” Nog iemand geïnteresseerd in een exemplaar van mijn boek? U kan het vinden in alle Vlaamse bibliotheken, op eBay voor enkele luttele euro’s en in de Kringloopwinkel in Borgerhout (1,25 euro als ik me niet vergis). U kan er ook over lezen of de reacties van lezers lezen. Geef me een seintje, ik heb nog exemplaren liggen.

Wie omhoogkijkt, ziet geen grenzen, 22 hoopgevende verhalen, Claessens Erika, Van Halewijck, ISBN 9789056177324s159

go bananas

go bananas

How bananas can you go? Kevin ‘The Banana Man’ Allen vindt dat je daar behoorlijk ver in mag gaan, tenminste als het voor de goede zaak is. Kevin is een Engelander [no comment] die op televisie een documentaire over AIDS-wezen in Zululand, Zuid-Afrika, zag en als de wiedeweerga zijn spaarvarkentje in stukken sloeg om de zuurverdiende centjes naar de Zuluutjes te katapulteren. Ter plaatse kocht hij bij lokaaltjes [geweldige term, gestolen van Raoul De Jongh, maar daarover straks meer] emmers vol fruit, bananen om precies te zijn, om uit te delen aan de zwarte weesjes. Zo kreeg hij als de wederwiega [is een wiedeweerga met terugwerkende kracht] de bijnaam Banana Man’. Nu vind ik persoonlijk dat mijnheer Banaan eerder iets weg heeft van een Sam Goris dan van een banaan, maar daar is op zich niets op tegen. Toch blijft het voor mij een verhaaltje met een happy end waar een Febreze-geurtje aan hangt: eens thuis nam hij er een tweede job bij om opnieuw geld te verzamelen om zoveel mogelijk kinderen te helpen. Vervolgens startte hij een charity project om structurele hulp ter plaatse te bieden. Is dat erg? Dat valt te bezien. Ik hoorde voor het eerst van dit Kuifje in Zululand via Bert Verdonck en zijn vrouw, Tonia Opdebeeck. Zij besloten Kevin een beetje met zijn fruitcocktail te helpen. Op 8 en 9 augustus ll. namen ze deel aan de Dodentocht om geld in te zamelen. Ze haalden zich niet alleen de finish, maar ook een heleboel blaren op de hals, maar dat stoorde het koppel geenszins. [Bert zit overigens nooit om een leuk idee verlegen, getuige hiervan Berts’ deelname aan de Verbal Jam 5.] Bert en Tonia verzamelden zomaar eventjes 4000 euro het voorbije weekend en als je weet dat Kevin slechts 0,07 € nodig heeft om een kind voor 1 dag te voeden, dan kan hij daar in de nabije toekomst al heel wat hongerige maagjes mee vullen. Om het fruit te ontvangen, is het kindje verplicht op school aanwezig te zijn, dus dat geeft twee tseetseevliegen in één klap. En een kind dat schoolloopt, leert over AIDS en loopt hopelijk minder kans op besmetting door volwassenen met AIDS. [Dat is een derde klap, een malariemug in dit geval.] Ik heb gestort voor de hele [fruit-]handel, maar ik sta altijd wat sceptisch tegenover deze initiatieven. Niet alleen heb ik thuis al enkele zwartjes te voeden [knipoog], ik vraag me altijd af of het geld goed terechtkomt en of het überhaupt terechtkomt waar het zou moeten terechtkomen, zeker als de financiële steun bij middel van de digitale snelweg gaat. Daarom hou ik zo van het werkje ‘Stinknegers‘ van Raoul De Jong. ‘Wraoul’ zoals de Amerikanen hem plegen te noemen, is een Nederlandse halfcast met mogelijks een Surinaamse vader, die op twintigjarige leeftijd naar Afrika trekt om uit te zoeken of ontwikkelingswerk naar Europees kolonialisme ruikt of eerder iets weg heeft van dweilen met de kraan open. De Jong heeft een licht neurotische maar grappige schrijfstijl, waarmee hij dagboekgewijs zijn wedervaren met de lokaaltjes in West-Afrika vertelt. Uiteraard laat hij daarbij alle politieke correctheid varen maar omdat hij zichzelf ook niet spaart, levert dit een onbezoedelde kijk op Afrika op. Een voorproefje uit ‘Stinknegers’ in de overheerlijke en typische ‘Jip en Janneke-stijl’ van Raoul De Jong:

“Want zo dacht ik ook over Afrika, voor ik er was. Als een heel armoedig, doch o zo zuiver, afgesloten continent. En zo is het niet. Het is noch armoedig, noch afgesloten, noch zuiver. Het zijn gewoon mensen, net als hier. Even egoïstisch en materialistisch, ze hebben alleen minder. Ze hebben alleen minder, en dat wordt dan armoede genoemd, maar het is geen armoede als je er bent, als je erin leeft. Dan is het gewoon anders, meer niet.”

Raoul De Jong vraagt zich, net als ik af, of wij, als Amerikanen of Europeanen, of als blanken tout court, daar zo nodig moeten gaan ingrijpen, “hoe zwaar en ellendig dat systeem in onze ontwikkelde ogen daar ook moge zijn? Was dat eigenlijk ook een vorm van kolonialisme, ook al was het dan een goedbedoeld en gewenste misschien?” Zo’n vraag noemt men wel eens in sociolgische kringen een open vraag. En daarmede stuur ik jullie, lieve beeldschermkindertjes, vanavond bedstedegewaarts. Denk daar maar eens over na. Maar leg vooraf even het overheerlijke boek van Wraoul op het nachtkastje. Voor het geval u nog eens twijfelt of u zou storten of niet. Lees eerst en stort dan toch maar. U heeft goed gekozen! [op de tonen van het welgekende melodietje].

*Met dank aan Odette, via wiens fijnzinnige neus dit boekje mij kwam aanwaaien. [Odette, de hoeken zijn nog steeds ongekreukeld, maar op pagina 30 zit er een neushaartje tussen de middenplooi, ik had die dag de bladwijzer niet meteen bij de hand.]

** By the weg: storten voor de Banana Appeal kan te allen tijde, zie de link naar Bert Verdonck of de BananaMan hierboven.

koehandel met melk

koe op festival

Op Sfinks stond ook de kleine boer op de affiche. Oxfam had op het festival een campagnestand onder het motto ‘Stop de koehandel met melk!’. De organisatie heeft er bewust voor gekozen om met de problematiek van de kleine landbouw naar de zomerfestivals te trekken. “Er is dringend een ander landbouwbeleid nodig, zowel in België, als in het zuiden. We hebben een landbouwbeleid nodig dat kansen biedt aan de familiale landbouw, dat het recht op voedsel van iedereen respecteert, dat ijvert voor duurzaamheid en milieubescherming, dat de boer een waardig inkomen biedt en mogelijkheden inhoudt om de sector verder te ontwikkelen, waarbij de lokale, regionale en de internationale markten complementair zijn in plaats van zuivere concurrenten. Er is plaats voor duurzame familiale melkproductie in Burkina Faso, maar ook in Europa.” Aan het woord is Bert Dhondt van Oxfam. [De persmap schuwt de lange zinnen niet.] Om deze boodschap kracht bij te zetten vroeg Oxfam aan Victor Démé uit Burkina Faso om de campagne te steunen en zijn verhaal te doen. 

 “De ongelijkheid in de landbouw is onze maatschappij onwaardig.  Daarom wil ik hier in Europa over de landbouwproblemen in mijn gemeenschap spreken. Iedere minuut sluit er wel ergens een boerderij haar deuren, in Burkina Faso, maar ook in Europa. Dat vind ik erg. Daarom steun ik de campagne van Oxfam. In mijn gemeenschap bijvoorbeeld, zijn er nogal wat rijstboeren. Zij halen het zaaigoed in winkels, maar betalen op krediet. Als ze cash zouden kunnen betalen, dan zou hen dat minder geld kosten. Maar ze hebben dat geld niet, dus betalen ze dubbel zoveel. Dat geldt ook voor de melkboeren. Zo houdt men de hele bevolking in zijn greep. De mensen moeten van de landbouw leven, maar ze slagen daar niet in. De bevolking in Burkina Faso lijdt daaronder. Ik wil ook vooral wat aandacht vragen voor onze vrouwen: zij vechten om te overleven. Ik zing over de vrouwen en de situatie waarin ze zich bevinden. Zij cultiveren groenten op lapjes grond maar dat is niet voldoende om hun gezin van middelen te voorzien. Wij hebben mensen nodig die hun initiatieven naar waarde schatten. Want het zijn de vrouwen die de moed hebben om door te gaan. Ze richten kleine verenigingen op en proberen in groep hun goederen te verkopen, maar ze hebben het moeilijk. Ik zing misschien in mijn liedjes dat je altijd moet blijven hopen, maar soms denk ik dat er geen hoop meer is voor onze bevolking. Wat Oxfam doet voor onze vrouwen en onze landbouwcollectiefjes is goed, maar er zou nog meer kunnen gebeuren. Het ligt ook aan onze mannen. Er zijn vrouwen die mee willen werken in de vrouwenorganisaties, maar ze moeten thuisblijven van hun man. Dan zeg ik: ‘Ook onze mannen moeten dringend hun mentaliteit veranderen.’ De vrouwen kunnen zich blijven uitsloven, maar zolang de mannen niet meewillen, geraken we nergens. Oxfam helpt onze vrouwen in de minimelkerijen, daar ben ik blij om, maar ik benadruk dat het meer uithaalt om ons te leren vissen dan om ons eten te geven. Wij krijgen giften maar wij hebben liever ondersteuning. Want wij kunnen zelf uit de problemen geraken, maar er is ondersteuning nodig. Ik wil ook de situatie van de vrouwen op familiaal vlak onder de aandacht brengen. Onze vrouwen zijn vaak de kostwinners, maar ze lijden. Neem nu dat een kind er niet in slaagt succes te oogsten, dan wordt dat altijd op de moeder verhaald. Als een kind iets positiefs doet, wordt dat plots op rekening van de vader geschreven.  Ik zing om daar verandering in te brengen. Ik voel me de advocaat van de Burkinabese vrouwen. Mijn eigen moeder heeft erg geleden onder het feit dat ik artiest was: ik was een clochard in de ogen van de gemeenschap. Ik werd niet voor vol aanzien. Toch bleef ze me altijd steunen in alles wat ik deed. Ik ben haar daar dankbaar voor. De vrouw heeft een belangrijke plaats in de maatschappij maar dat wordt niet altijd erkend. Waarom mogen mannen meerdere vrouwen hebben, maar vrouwen geen meerdere mannen?  Dat klopt niet. Dat is louche. Ik zing al sinds ‘89 over de levensomstandigheden waarin onze vrouwen verkeren. Ik draag deze boodschap overal waar ik kom, uit. Ik wil dat de mensen, ook de jongeren, over de rol van de vrouw in de maatschappij gaan nadenken.  De vrouw mag niet verantwoordelijk worden gesteld voor alles wat er in onze gemeenschap fout loopt. De vrouw komt op voor ons leven want ze geeft ons te eten. “

De theatergroep ‘Les Passeurs de Rêve’ gaat deze zomer de zomerfestivals af met een landbouwmodel dat respect heeft voor alle boeren ter wereld, voor de natuur en voor de consument. Tijdens de Trailwalker in Eupen en tijdens de Fêtes de la Wallonie in Namen kan u de groep nog aan het werk zien. U vindt de campagnestand van Oxfam op Folk Dranouter, op Pukkelpop in Hasselt en tijdens het straatfestival in Chassepierre. Meer info over de campagne

kreet voor polygamie voor vrouwen zet keet in de fik

victor demeDag 2 op Sfinks Mixed (eigenlijk dag 3), was D-day. Niet de D van Doom-day, [ook al had Khaled dan laten weten dat geen haar op zijn rug eraan dacht om een interview te geven], ook niet de D van Disembarkation Day [uitlaad (t?) dag, ook al ben ik dan des avonds in de kofferbak van een Nissan Almera naar huis gevoerd, maar dat verhaal is voor een andere post] maar de D van Démé. Démé-dag dus. Zoals reeds eerder aangekondigd kan een krasse knar op zijn tijd nooit kwaad [Nelson Rolihlahla Mandela is er ondertussen 90] en het schriele mannetje met pet en gitaar had op dag 1 al mijn hart gestolen. Victor Démé is een Burkinabese kleermaker die bij tijd en wijle het zingende naai-orgel verlaat om zijn liefde voor de vrouw, en het recht op polygamie voor vrouwen in het bijzonder, te bezingen. Zijn glimlach ontwapent, ook al mist hij dan enkele voortanden. Deze Victor Démé gaf in de Sfinkse Clubtent een wervelend spektakel ten beste. In vakjargon: hij stak de keet in de fik. Victor geeft dan ook al dertig jaren blijk van enig muzikaal talent. Van zijn vader erfde hij de liefde voor de vingerhoed, van zijn moeder [een Burkinabese griotte] de gouden keel. Tijdens zijn jongelingsjaren gaf hij menig concert ten beste in de clubs en cabaretten van Abidjan (Ivoorkust), waar zijn vader de snit en naad-sector onveilig maakte. Toen Victor in ‘88 terug naar Burkina Faso keerde, sleepte hij meerdere muzikale prijzen in de wacht. Maar het leven is niet eerlijk en met succes plaveit men de straten niet [in Burkina Faso zijn de stoffige straten sowieso niet geplaveid, zeker niet sinds Blaise er op de troon zit]. Victor Démé kreeg dus niet meteen wat hij verdiende en moest het soms stellen met kleine optredens in dubieuse tenten in Ouagadougou en omstreken. De populaire ster aan het Burkinabese firmament gaf echter niet op en het toeval gaat waar het niet kruipen kan: in 2005 liep hij een viertal jonge Fransen tegen het lijf. Zij vonden dat Démé minstens recht had op één cd én internationale faam. Ze brachten Victor’s eigenzinnige creaties uit op het Chapa label [het zelfgestookte gistmengsel uit Burkina Faso heet chapa] en hemzelve naar onze contreien. Het licht ontvlambare materiaal van Victor Démé in de tent gisteren bestond uit traditionele liedjes, doorspekt met Latijnse ritmes en invloeden uit de flamenco en de blues. De kora en de calebash werden bevingerd door twee hemelse, zwarte koorknaapjes, die van mij hier gerust de zondagsmis mogen komen opvrolijken. Ze vroegen bij aanvang toestemming om te spelen aan het publiek en dat alleen al zal menig koloniaal hart hebben doen smelten. Verder had Victor nog een snarenexpert meegebracht, waarvan de naam me nu even ontgaat. Tesamen hadden ze een swingende show in elkaar gebokst, die Victor af en toe onderbrak met een boodschap. Laat dat nu nét de natte droom van de toubab [zo noemen zwarten de blanken] zijn: een gezellig muziekje en een doordenkertje op zijn tijd en de avond kan niet meer stuk. Victor vroeg zich in de Clubtent hardop af waarom een man meerdere vrouwen mag houden, tenminste toch in sommige delen van de wereld, maar een vrouw geen meerdere mannen. Daar lustten de luisteraars, waaronder ikzelf, wel pap van. In zijn laatste song vroeg hij zijn Burkinabese broeders om de andere continenten niet meer onveilig te maken en stante pede terug naar het vaderland te keren. Het land heeft hen nodig, samen zouden ze naar een oplossing kunnen zoeken. Of deze oproep de broers ter ore kwam, weet ik niet, want tegen dan daverde de tent al op zijn grondvesten. Ondanks het aanzwellende applaus was deze artiest geen bis gegund. Er kwam een dame op met een lampekap als hoed, gehuld in een wit gewaad, die sterke gelijkenissen met een abat-jour vertoonde. Ze vond dat het programma naadloos moest aansluiten en een toegift zou het huisreglement niet toestaan. Haar stem ging verloren in geklepper van houten planken, stampende voeten, klappende handen en awoertgeroep. Wie er dus na Victor Démé op het podium kwam, hebben we nooit geweten. Ik wilde het ook niet weten. We wilden Victor Démé nog een keer. Iedereen haalde lik op stuk, behalve ik. Victor schoof een uurtje later bij mij aan omdat hij het ook nog even over de koehandel met melk in zijn land van herkomst wilde hebben. Voor mij was het allemaal al lang goed: koeien, melk, petjes, tanden of geen tanden, het maakte allemaal niet meer uit. Victor Démé kreeg het keurzegel van de Vlaamse Bond der Huisvrouwen, waarvan ik mezelf als erelid beschouw. Over de koehandel zal ik het morgen hebben, vandaag sluit ik me aan bij de volgende leuze, alvorens naar bedstee te trekken: ‘Lang leve de polygamie voor vrouwen! Victor Démé for President!’. En luister goed: dat kan, want ik heb net ontdekt dat hij maar 46 is! Ronald Reagan daarentegen!

een zoekmachine die de klimaatverandering aanpakt

Vandaag een groentje gelopen. Op ecocho gestoten. Ecocho is een zoekmachine die per 1000 opzoekingen twee bomen plant. De bomen worden betaald met het geld van advertenties. De site werkt met Yahoo technologie. Ecocho maakt zich sterk dat het redden van de planeet en het zoeken op het web hand in hand kunnen gaan. Door uw dagelijkse zoekgedrag aan te passen, kan u, [yes you stupid!], de planeet redden. So what about you? Schakel als de hete bliksem van google over naar ecocho en red uw planeet. Alleen het werkwoord baart me nog wat zorgen: ‘googlen’ bekt lekker, maar ‘ecochoën’ klinkt nergens naar. En wat met de verbuiging? Ik ‘ecocho’, jij ‘ecochoot’ en drinkt ecocho -T of CO2? Laat ons ervan uitgaan dat Mijnheer Van Dale en Mevrouw Groene Boekje daar wel raad mee weten.

In het kadertje hierboven kan u even een zoekactie starten, kwestie van het ecochoën meteen naar waarde te schatten. [typ voor de gelegenheid ook eens mijn naam in] Voor u het weet, heeft u twee bomen op uw geweten. Vraag ik me plots af waar die bomen staan? Naar het schijnt groeien ze sneller als er tegen gepraat wordt.

Wat vindt u overigens van de slogan?

Eco-searching: You search. We grow trees.

Brussel Velocity 2009

velocity 2009

Brussel heeft alles om Velocity 2009 te worden. Tenminste, dat beweert Woutwalt. Wie? Woutwalt. Dat zijn Wouter De Raeve en Walt Van Beek, twee jonge vormgevers die drie jaar geleden met enkele zeefdrukopdrachten startten en sindsdien aardig wat van katoen hebben gegeven in het Vlaamse culture veld. In your face en met een eigen gezicht. Getuige daarvan het promotiefilmpje voor Velocity 2009 dat geselecteerd werd voor de campagne die in oktober 2008 gelanceerd wordt. Een plezant filmke over Mark die ’s morgens de dingen … euh de fiets groet. Of hoe creatief men dezer dagen met pellicule kan zijn. Alle macht aan de fiets in Brussel en liefst ook aan Woutwalt.

Wie graag van zulks voeder smult, gaat morgen naar C-Mine, een site voor creatieve economie in de oude mijn van Winterslag/Genk. Daar toont Michaël Verheyden een mix van fotografie, mode, vormgeving, kunst en muziek. Woutwalt is er van de partij, samen met een trits andere genodigden zoals Annick Geenen, Lawrence Wasser, Marina Yee. Bent van Looy, frontman en muzikaal brein van Das Pop zal er het feestje afsluiten.

Dit gezegd zijnde wens ik u allen een mooie nacht toe en een helder hoofd om morgen gezond weer op te kunnen. Opdat u des avonds naar Winterslag zou trekken.

de biotech industrie: stop een tarwekorrel in je tank

eetbare kaartDe voorbije weken schreef ik een artikel over de biotech industrie. Voor Jobat. Is de biotech succesvol? Wordt er winst gemaakt of zit de mot erin? Wat een item in tijden van pest en biobrandstof! “De verdere expansie van de huidige eerste generatie biobrandstoffen heeft een catastrofale impact op het klimaat en de voedselvoorziening. Dit kan je zeker een misdaad tegen de mensheid noemen. De Europese Unie moet dringend van koers veranderen.“(*) Dat zei klimaatexpert Peter Tom Jones in De Standaard van vandaag. Kan hij het weten? Terwijl ik mijn licht over de sector scheen, steeg overal ter wereld protest op over de stijgende voedselprijzen. 800 miljoen mensen lijden honger terwijl een Europese richtlijn van de Europese Commissie erop aanstuurt om tegen 2020 tien procent van het wagenpark op biobrandstof te laten rijden. En -temidden de mensen- ik die me buig over de successtory van de biotech industrie. Bad timing is het minste wat men daarover kan zeggen. De interviewees kletsten honderduit over de positieve toepassingen van de biotech in de strijd tegen ziektes (bv. diabetes) of bij het zoeken naar innovatieve oplossingen (bv. stonewashed jeans met enzymen). Alsof de duivel ermee gemoeid was, kreeg ik ook nog een jobaanbieding van een communicatiebureau dat uitsluitend voor de biotech industrie werkt. De manager vroeg of ik ethische bezwaren had en de weeë geur van geplet koolzaad bleef me dagenlang achtervolgen. Tot op heden ben ik er niet uit. Want dankzij de biotech beschikken diabetespatiënten over betere insulinepreparaten. En door het onderzoek van antistoffen bij lama’s en kamelen zit de medicatie tegen levensbedreigende ziekten in de lift. In landen in het Zuiden zou biodiesel op basis van jatropha, een niet-voedselgewas, bovendien een interessante oplossing kunnen bieden(*). Gelukkig viel er toen een eetbare postkaart in de bus. Het opschrift luidde: “Deze kaart bevat meer voedingsstoffen dan veel mensen in de derde wereld per dag binnen krijgen.” Ze was afkomstig van The Hunger Project en ze wilde niet alleen de aandacht van mijn artikel over de biotech afleiden, maar tevens wijzen op het feit dat er

  • elke dag 20.000 mensen aan chronische ondervoeding sterven;
  • op dit moment 852 miljoen mensen chronisch ondervoed zijn.

Met de kaart in mijn bek, probeer ik me een dag zonder voedsel voor te stellen. Dit weekend vindt u het artikel in Jobat. U dient het op in een bedje van hennep en wilgen, met champignonsaus op basis van niet-eetbare paddestoelen. Vergeet het toetje niet.

(*) [bron De Standaard, woensdag 30 april en donderdag 1 mei 2008]

PS Met dank aan Sara S’Jegers

‘innovators for the public’

ashokaOur job is not to give people fish, it’s not to teach them how to fish, it’s to build new and better fishing industries.” Dat zei Bill Drayton bij de opstart van Ashoka, een internetplatform dat wereldwijd sociale gangmakers/ondernemers ondersteunt zodat deze ‘changemakers’ full-time hun sociaal ondernemerschap kunnen uitbouwen en hun -innovatieve- ideeën kunnen uitdragen. Zij doen dat niet alleen met morele ondersteuning maar ook met ‘venture’, geld van filantropen dus. “We believe that the growth of a global citizen sector begins with the work of individual social entrepreneurs. These entrepreneurs drive the sector forward, responding to new challenges and changing needs. They are rooted in local communities but think and act globally. They are the ultimate role models and the pillars of Ashoka’s vision of Everyone a Changemaker™.” De baseline van Ashoka is “Innovators for the Public” en ik wou dat ik hem uitgevonden had. Na wat eenvoudig googlewerk stiet ik op de geldschieter/filantroop achter de site: Pierre Omidyar, de geitenwollensok die eBay uitvond en sneller dan zijn schaduw rijk werd. In eerste instantie rukte hij zich de haren uit het hoofd tijdens het piekeren over zijn geldstromen. Wat ermee gedaan? Hij is er inmiddels uit: hij investeert in sociale economie wereldwijd en dit voornamelijk via internet. Niet in non-for-profits dus, maar in for-profits. For-profits die op hun beurt investeren in non-for-profits die … If you could choose, would you rather be an innovator for the public or an entrepreneur tout court? A visionair or a dreamer? Ik omhels u met duizend armen wanneer u uw ongezouten mening hieronder ten beste geeft.

de kracht van sterke merken: Het Gouden Bedrijf 08

diepvrieskist coca colaNiet minder dan 28319 Jobat-lezers gaven de voorbije weken hun mening over welke bedrijven volgens hen de titel van ‘Gouden Bedrijf 08‘ verdienen. Jobat vroeg hen welke bedrijven de uitstraling van een echte kampioen hebben. Belangrijkste vaststelling: enkel sterke merken halen het podium. ‘Zonder employer branding red je het niet op de rekruteringsmarkt’, klinkt het bij de winnaars. Het resultaat kon u dit weekend lezen in Jobat [12 april 2008]. In het hoofdartikel laat ik Laurent Lejeune van Duval Guillaume aan het woord. Hij helpt bedrijven ‘bevallen’, d.w.z. hij helpt bedrijven bij de zoektocht naar de elementen die het verschil maken, net zolang tot ze komen boven drijven. Verder komen Mieke Smet, hoofd afdeling personeel van Janssen Pharmaceutica, Liesbeth Denys, media relations manager van The Coca-Cola Company, Klaartje Jaques, HR-Manager bij A.S. Adventure en Marianne Vael, personeelsdirecteur van het UZ Leuven, aan het woord.

De winnaars per sector:

  • Toyota Motor Europe
  • BASF Antwerpen
  • Ondernemingen Jan De Nul
  • Colruyt
  • Electrabel
  • KBC
  • Janssen Pharmaceutica
  • UZ Leuven
  • Microsoft
  • Randstad
  • Bekaert
  • DHL Express
  • Proximus
  • Nike (A.S. Adventure op de tweede plaats)
  • Brussels Airlines
  • Coca-Cola Belgium

Van al deze bedrijven antwoordden in eerste instanties maar twee bedrijven onmiddellijk op mijn vraag om een interview. Daarna volgden schoorvoetend The Coca-Cola Company en A.S. Adventure. Ik deed mijn research weliswaar tijdens de paasvakantie maar men mag toch verwachten dat grote bedrijven als deze minstens een woordvoerder aanduiden tijdens de afwezigheid van de respectievelijke woordvoerder. Alle andere bedrijven namen niet op, of verbonden me niet door, gooiden de hoorn op de haak of hebben nooit meer iets laten weten nadat ik mijn coördinaten achterliet.

Telenet krijgt een pluim omdat het op de tweede plaats staat in de Telecom-sector maar er meteen een videofilmpje over maakte en op het net zwierde. Geen enkel ander bedrijf doet er iets orgineels mee. Op de vierde plaats na Telenet op de Google zoekmachine staat niet één van de winnaars, maar wel deze blog met deze post. Maar naar eigen zeggen werken ze allemaal in de eerste plaats aan hun externe communicatie.

Nog een interessante vraag die op mijn lippen brandt: hoe versieren KMO’s potentiële kandidaten? Laat uw antwoord in de lege doos hieronder.

online boekhandel over Afrika

afrika verbeeldBlack Label is een online boekhandel gespecialiseerd in boeken uit of over Afrika (literatuur, kinderboeken, kookboeken, boeken over Afrikaanse landen, over Afrikaanse kunst, architectuur, religie, muziek, dans, theater, geschiedenis, antropologie, …) Het gaat om boeken die u zelden in de boekhandel vindt, zeker de Engels- of Franstalige boeken. Met de verspreiding van het betere Afrikaanse boek wil Black Label bijdragen aan het bijstellen van de stereotiepe beeldvorming over Afrika. Black Label bestaat bij de gratie van Gilbert Braspenning. Ik ben hem daar dankbaar voor omdat ik lang zelf de droom koesterde om deze leemte op te vullen. Het hoef niet meer. Gilbert deed het voor ons. Bij een recente diefstal in zijn woning verloor Gilbert echter zijn computer en toebehoren. Hij beschikt sindsdien ook niet meer over het gigantische adressenbestand, dat hij door de jaren heen had opgebouwd. Daarom help ik hem een handje. Men verspreidde dit nieuws als een lopend vuurtje en vergeet vooral niet je adres naar Gilbert te mailen. De voorjaarsbrochure is ondertussen uit en die vind je ook op de website.