* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

events

migratie: een aangename periode tussen een punt van vertrek en aankomst

 migratie

Het wordt steeds urgenter om een denkkader te ontwikkelen waarin de migrant centraal staat en niet ondergeschikt is aan de loop van de geschiedenis. Om te beginnen zouden we verplaatsing niet langer kunnen beschouwen als een onaangename periode tussen een punt van vertrek en aankomst, maar als een manier om in de wereld te staan.

Bovenstaand citaat over migratie is van Paul Carter en wordt Jean Michel Bruyère gebruikt voor een installatie. Bruyère is de drijvende kracht achter LFKs, een internationaal multidisciplinair kunstenaarscollectief, dat van 12 tot 14 juni tentoonstelt in deSingel. De groep beschouwt het zwerven als de voor de kunst vruchtbaarste vorm van leven, denken en handelen.

Dit project in opdracht van deSingel kadert in een 36 uur durende happening rond migratie en  diaspora, die ‘Van 8 tot 8′ heet.  De installatie van Bruyère staat deels op het podium van de Rode Zaal en deels op de terrassen van deSingel. Na de expo vertrekt het tentenkamp naar het Festival van Avignon. De toegang tot de installatie binnen en buiten het gebouw is dag en nacht open.

In dit leven is niets statisch … Het enige gevaar is dat we ons niet aanpassen, dat we niet reizen, dat we steeds ter plaatse blijven, muzikaal en spiritueel. Ons antwoord als muzikant is vooruit te gaan.

Dat is het standpunt van Wasis Diop. Diop is Senegalees en één van de meest bekende Afrikaanse muzikanten. Hij richt in de jaren zeventig de groep West African Cosmos op, waarvan de muziek het label ‘Afro-Jazz’ kreeg, lang voor de term ‘wereldmuziek’ eraan kwam.

De Abidjaanse Dobet Gnahoré breit op 13 juni een staartje aan ‘Van 8 tot 8′ met een acrobatisch/muzikale dansperformance waarbij ze alle Afrikanen in de diaspora oproept hun identiteit niet op te geven en voor hun rechten op te komen.

‘Van 8 tot 8′ over migratie en diaspora vindt plaats één week na de verkiezingen. Dan weten we al of dit land overgelaten wordt aan de willekeur van hen die zeggen dat dit ONS land is of in handen is van zij die minstens zouden kunnen overwegen om migratie te beschouwen als een manier om in het leven te staan.

Ga eens op een ander zitten, bijvoorbeeld in de rode of blauwe zaal van deSingel en zet eens een boompje op over uw medemens en zijn manieren om in het leven te staan.

[”Zit gij daar nu nog altijd op? Gaat daar eens af! Straks zakt die mens zijn schedeldak in.”]

Life is an art - by Jayant R. Harnam

jayant
Vanmorgen in alle vroegte met een VIP-bus vanuit Antwerpen richting Nederland. Bekleding van zwart leder, plaats zat, met heuse keuken, bar, toilet, televisie en disco aan boord. Halverwege worden broodjes, croissants en koffiekoeken geserveerd. Om 10u45 aankomst op het industrieterrein van Sassenheim (NL) om de set van de film ‘Life is an art’ te bezoeken. Een aanwezige journalist krijgt een persbericht op zijn gsm. Er is een vliegtuig van Turkish Airlines neergestort. Even overwegen we om daarheen te gaan. Het polderlandschap waar de crash [’crèche’ zeggen de Nederlanders] gebeurde, ligt op amper tien kilometer van de plaats waar we ons bevinden. Iemand zegt dat we een primeur hebben. De televisie gaat aan. De eerste beelden verschijnen. Geen primeur meer. Niemand verder nog geïnteresseerd in het uitmelken van enkele ‘bodybags’. Het gestuntel van de NOS wekt op de lachspieren. Dezelfde beelden worden eindeloos herhaald. Woordvoerders herhalen dezelfde zinnen, tot vervelens toe. Eeuhs, ahhs en gestuntel rijgen zich aan elkaar. Turkije blijft volhouden dat er niemand stierf,  bij monde van de regering. Altijd het hoofd rechtop houden, is waarschijnlijk de communicatiestrategie. Ik beeld me in hoe de Turkse familieleden zich zullen voelen wanneer ze achter de waarheid komen. We bezoeken de filmset. Voor we de piepkleine studio binnengaan, waarschuwt de executive director dat er hier en daar wat ‘voorwerpen voor volwassenen’ rondslingeren. Het is verboden ze aan te raken of de acteurs op de set in beeld te brengen met het materiaal. Kennelijk een low budget-film. Ik [steek een batterij pluimen in mijn ***, aai een reuzedildo in roze en] bekijk twee keer hetzelfde shot. Alison Carrolls’ acteerwerk overtuigt desalniettemin. Ze kent haar tekst. Bovendien is ze mooi. En… “Cut!” We verlaten het gebouw op kousenvoeten. [Er steekt een roze eikel uit mijn linker jaszak.] Dan is het eindeloos wachten op de crew om naar Hotel Sassenheim te rijden, waar de persconferentie wordt gehouden. Hotel Sassenheim baadt in schemerlampen en oriëntaals boudoirvelour. Het decor bevalt me. De persconferentie vindt plaats in de loungebar en de journalisten sloven zich uit om diepgaande vragen te stellen. De Surinaamse director Jayant R. Harnam (21) ziet er net geen twintig uit en beantwoordt schoorvoetend de vragen. Lara Croft ofte Alison Carroll daarentegen is spraakzamer. Waar gaat de film ‘Life is an art’ eigenlijk over? Deze psychologische thriller zet twee detectives op een zaak over mutilatie. De dader mutileert zijn slachtoffers op een artistieke manier, die alsnog toelaat dat het slachtoffer het kan navertellen. “Show me your hands! Just show me your hands’”, hoor ik een personage naar een gemutileerd slachtoffer gillen. Indrukwekkend. De ketchup ligt er vingerdik op. Dat heet special effects  en ‘core’. Over naar het slagveld op Schiphol.

 PS Onder de indruk van Jayant R. Harnam, autodidact, (director), Martin Swabey (detective David Bell), Alison Carroll (detective Claire Jones) en het pianowerk van André Philips.

de jacht op de super 8 is geopend

jacht

Heeft u nog oude Super 8-filmpjes liggen? Lees dan verder. De vzw Curieus uit Antwerpen zet uw erfgoed met plezier om in digitale beelden. Super 8-filmpjes waren erg in trek in de jaren ‘50, ‘60 en ‘70. Het verdriet me ten zeerste dat ik nergens zo’n spoeltje liggen heb. Ik had immers ouders die niet met hun tijd meegingen. Nieuwe technologieën, daar haalden ze hun neus voor op. Net zoals poppen en snoep. Ik had al ontluikende borstjes toen ik voor het eerst over een televisieprogramma kon meepraten. Ik herinner me nog wel dat ik heel af en toe naar een aflevering van de Fabeltjeskrant keek bij de buren. Per hoge uitzondering, zoiets. Daarna zag ik urenlang streepjes voor mijn ogen (beeldlijnen). Voor mijn moeder het ultieme bewijs dat de nieuwe technologie, zijnde de beeldbuis, niet pedagogisch verantwoord was. De Sint heb ik ook nog wel eens een keertje met een paard van een boot zien stappen. En toen ik een jaar of acht was, zag ik een aflevering van TipTop. Dat was dan weer iets met een man en een gitaar, die over vrolijke vrienden zong. Ik veronderstel dat het Nonkel Bob was. Tegen de tijd dat mijn vader van mijn moeder wilde scheiden, bracht hij ter compensatie een televisietoestel mee. Kleuren. Papa out, The Fonz in. Ook madame Arabelle en Baconfait uit De Collega’s deden hun intrede. In ons geval, tieners tussen wal en schip, maakte dat al veel goed. Mijn moeder hield in eerste instantie nog een sit-in tegen het haar aangedane onrecht door meedogenloos de televisie te bannen, maar langer dan twee weken hield ze dat niet vol. Het begon met Cyrano de Bergerac en na verloop van tijd eindigde het bij een Duitse Nieuwjaarsshow. Maar genoeg gezeurd over televisieloze tijden. Het ging over Super 8-filmpjes uit de oude doos. Edoch, ik ben stikjaloers op iedereen die een filmpje kan binnenbrengen. Voelt u dat aan? Ik heb in mijn eerste vijftien levensjaren nooit met enige innocentie over een Super 8-pellicule mogen dwarrelen. Niemand heeft ooit een blooper van me vastgelegd. Nooit ofte nimmer werd mijn inzet met betrekking tot de houten wasknijpers die ik vakkundig op de spaken van mijn rode damesfietsje knelde, vakkundig vastgelegd. Mijn eerste zwempartij in het plonsbadje is mij volledig ontgaan. Er rest mij geen enkel aandenken aan het uitblazen van een verjaardagstaart. Er is mij onrecht aangedaan.  Ik kan geen spoeltje naar de Rijnkaai brengen. Kost nochtans maar één euro per miuut. Misschien had u meer geluk? U krijgt in elk geval de beelden mee op DVD.  De inzameling gebeurt op 25/10 van 11 tot 18 uur bij ATV, Rijnkaai 26. Meer op de website van Curieus.

koehandel met melk

koe op festival

Op Sfinks stond ook de kleine boer op de affiche. Oxfam had op het festival een campagnestand onder het motto ‘Stop de koehandel met melk!’. De organisatie heeft er bewust voor gekozen om met de problematiek van de kleine landbouw naar de zomerfestivals te trekken. “Er is dringend een ander landbouwbeleid nodig, zowel in België, als in het zuiden. We hebben een landbouwbeleid nodig dat kansen biedt aan de familiale landbouw, dat het recht op voedsel van iedereen respecteert, dat ijvert voor duurzaamheid en milieubescherming, dat de boer een waardig inkomen biedt en mogelijkheden inhoudt om de sector verder te ontwikkelen, waarbij de lokale, regionale en de internationale markten complementair zijn in plaats van zuivere concurrenten. Er is plaats voor duurzame familiale melkproductie in Burkina Faso, maar ook in Europa.” Aan het woord is Bert Dhondt van Oxfam. [De persmap schuwt de lange zinnen niet.] Om deze boodschap kracht bij te zetten vroeg Oxfam aan Victor Démé uit Burkina Faso om de campagne te steunen en zijn verhaal te doen. 

 “De ongelijkheid in de landbouw is onze maatschappij onwaardig.  Daarom wil ik hier in Europa over de landbouwproblemen in mijn gemeenschap spreken. Iedere minuut sluit er wel ergens een boerderij haar deuren, in Burkina Faso, maar ook in Europa. Dat vind ik erg. Daarom steun ik de campagne van Oxfam. In mijn gemeenschap bijvoorbeeld, zijn er nogal wat rijstboeren. Zij halen het zaaigoed in winkels, maar betalen op krediet. Als ze cash zouden kunnen betalen, dan zou hen dat minder geld kosten. Maar ze hebben dat geld niet, dus betalen ze dubbel zoveel. Dat geldt ook voor de melkboeren. Zo houdt men de hele bevolking in zijn greep. De mensen moeten van de landbouw leven, maar ze slagen daar niet in. De bevolking in Burkina Faso lijdt daaronder. Ik wil ook vooral wat aandacht vragen voor onze vrouwen: zij vechten om te overleven. Ik zing over de vrouwen en de situatie waarin ze zich bevinden. Zij cultiveren groenten op lapjes grond maar dat is niet voldoende om hun gezin van middelen te voorzien. Wij hebben mensen nodig die hun initiatieven naar waarde schatten. Want het zijn de vrouwen die de moed hebben om door te gaan. Ze richten kleine verenigingen op en proberen in groep hun goederen te verkopen, maar ze hebben het moeilijk. Ik zing misschien in mijn liedjes dat je altijd moet blijven hopen, maar soms denk ik dat er geen hoop meer is voor onze bevolking. Wat Oxfam doet voor onze vrouwen en onze landbouwcollectiefjes is goed, maar er zou nog meer kunnen gebeuren. Het ligt ook aan onze mannen. Er zijn vrouwen die mee willen werken in de vrouwenorganisaties, maar ze moeten thuisblijven van hun man. Dan zeg ik: ‘Ook onze mannen moeten dringend hun mentaliteit veranderen.’ De vrouwen kunnen zich blijven uitsloven, maar zolang de mannen niet meewillen, geraken we nergens. Oxfam helpt onze vrouwen in de minimelkerijen, daar ben ik blij om, maar ik benadruk dat het meer uithaalt om ons te leren vissen dan om ons eten te geven. Wij krijgen giften maar wij hebben liever ondersteuning. Want wij kunnen zelf uit de problemen geraken, maar er is ondersteuning nodig. Ik wil ook de situatie van de vrouwen op familiaal vlak onder de aandacht brengen. Onze vrouwen zijn vaak de kostwinners, maar ze lijden. Neem nu dat een kind er niet in slaagt succes te oogsten, dan wordt dat altijd op de moeder verhaald. Als een kind iets positiefs doet, wordt dat plots op rekening van de vader geschreven.  Ik zing om daar verandering in te brengen. Ik voel me de advocaat van de Burkinabese vrouwen. Mijn eigen moeder heeft erg geleden onder het feit dat ik artiest was: ik was een clochard in de ogen van de gemeenschap. Ik werd niet voor vol aanzien. Toch bleef ze me altijd steunen in alles wat ik deed. Ik ben haar daar dankbaar voor. De vrouw heeft een belangrijke plaats in de maatschappij maar dat wordt niet altijd erkend. Waarom mogen mannen meerdere vrouwen hebben, maar vrouwen geen meerdere mannen?  Dat klopt niet. Dat is louche. Ik zing al sinds ‘89 over de levensomstandigheden waarin onze vrouwen verkeren. Ik draag deze boodschap overal waar ik kom, uit. Ik wil dat de mensen, ook de jongeren, over de rol van de vrouw in de maatschappij gaan nadenken.  De vrouw mag niet verantwoordelijk worden gesteld voor alles wat er in onze gemeenschap fout loopt. De vrouw komt op voor ons leven want ze geeft ons te eten. “

De theatergroep ‘Les Passeurs de Rêve’ gaat deze zomer de zomerfestivals af met een landbouwmodel dat respect heeft voor alle boeren ter wereld, voor de natuur en voor de consument. Tijdens de Trailwalker in Eupen en tijdens de Fêtes de la Wallonie in Namen kan u de groep nog aan het werk zien. U vindt de campagnestand van Oxfam op Folk Dranouter, op Pukkelpop in Hasselt en tijdens het straatfestival in Chassepierre. Meer info over de campagne

kreet voor polygamie voor vrouwen zet keet in de fik

victor demeDag 2 op Sfinks Mixed (eigenlijk dag 3), was D-day. Niet de D van Doom-day, [ook al had Khaled dan laten weten dat geen haar op zijn rug eraan dacht om een interview te geven], ook niet de D van Disembarkation Day [uitlaad (t?) dag, ook al ben ik dan des avonds in de kofferbak van een Nissan Almera naar huis gevoerd, maar dat verhaal is voor een andere post] maar de D van Démé. Démé-dag dus. Zoals reeds eerder aangekondigd kan een krasse knar op zijn tijd nooit kwaad [Nelson Rolihlahla Mandela is er ondertussen 90] en het schriele mannetje met pet en gitaar had op dag 1 al mijn hart gestolen. Victor Démé is een Burkinabese kleermaker die bij tijd en wijle het zingende naai-orgel verlaat om zijn liefde voor de vrouw, en het recht op polygamie voor vrouwen in het bijzonder, te bezingen. Zijn glimlach ontwapent, ook al mist hij dan enkele voortanden. Deze Victor Démé gaf in de Sfinkse Clubtent een wervelend spektakel ten beste. In vakjargon: hij stak de keet in de fik. Victor geeft dan ook al dertig jaren blijk van enig muzikaal talent. Van zijn vader erfde hij de liefde voor de vingerhoed, van zijn moeder [een Burkinabese griotte] de gouden keel. Tijdens zijn jongelingsjaren gaf hij menig concert ten beste in de clubs en cabaretten van Abidjan (Ivoorkust), waar zijn vader de snit en naad-sector onveilig maakte. Toen Victor in ‘88 terug naar Burkina Faso keerde, sleepte hij meerdere muzikale prijzen in de wacht. Maar het leven is niet eerlijk en met succes plaveit men de straten niet [in Burkina Faso zijn de stoffige straten sowieso niet geplaveid, zeker niet sinds Blaise er op de troon zit]. Victor Démé kreeg dus niet meteen wat hij verdiende en moest het soms stellen met kleine optredens in dubieuse tenten in Ouagadougou en omstreken. De populaire ster aan het Burkinabese firmament gaf echter niet op en het toeval gaat waar het niet kruipen kan: in 2005 liep hij een viertal jonge Fransen tegen het lijf. Zij vonden dat Démé minstens recht had op één cd én internationale faam. Ze brachten Victor’s eigenzinnige creaties uit op het Chapa label [het zelfgestookte gistmengsel uit Burkina Faso heet chapa] en hemzelve naar onze contreien. Het licht ontvlambare materiaal van Victor Démé in de tent gisteren bestond uit traditionele liedjes, doorspekt met Latijnse ritmes en invloeden uit de flamenco en de blues. De kora en de calebash werden bevingerd door twee hemelse, zwarte koorknaapjes, die van mij hier gerust de zondagsmis mogen komen opvrolijken. Ze vroegen bij aanvang toestemming om te spelen aan het publiek en dat alleen al zal menig koloniaal hart hebben doen smelten. Verder had Victor nog een snarenexpert meegebracht, waarvan de naam me nu even ontgaat. Tesamen hadden ze een swingende show in elkaar gebokst, die Victor af en toe onderbrak met een boodschap. Laat dat nu nét de natte droom van de toubab [zo noemen zwarten de blanken] zijn: een gezellig muziekje en een doordenkertje op zijn tijd en de avond kan niet meer stuk. Victor vroeg zich in de Clubtent hardop af waarom een man meerdere vrouwen mag houden, tenminste toch in sommige delen van de wereld, maar een vrouw geen meerdere mannen. Daar lustten de luisteraars, waaronder ikzelf, wel pap van. In zijn laatste song vroeg hij zijn Burkinabese broeders om de andere continenten niet meer onveilig te maken en stante pede terug naar het vaderland te keren. Het land heeft hen nodig, samen zouden ze naar een oplossing kunnen zoeken. Of deze oproep de broers ter ore kwam, weet ik niet, want tegen dan daverde de tent al op zijn grondvesten. Ondanks het aanzwellende applaus was deze artiest geen bis gegund. Er kwam een dame op met een lampekap als hoed, gehuld in een wit gewaad, die sterke gelijkenissen met een abat-jour vertoonde. Ze vond dat het programma naadloos moest aansluiten en een toegift zou het huisreglement niet toestaan. Haar stem ging verloren in geklepper van houten planken, stampende voeten, klappende handen en awoertgeroep. Wie er dus na Victor Démé op het podium kwam, hebben we nooit geweten. Ik wilde het ook niet weten. We wilden Victor Démé nog een keer. Iedereen haalde lik op stuk, behalve ik. Victor schoof een uurtje later bij mij aan omdat hij het ook nog even over de koehandel met melk in zijn land van herkomst wilde hebben. Voor mij was het allemaal al lang goed: koeien, melk, petjes, tanden of geen tanden, het maakte allemaal niet meer uit. Victor Démé kreeg het keurzegel van de Vlaamse Bond der Huisvrouwen, waarvan ik mezelf als erelid beschouw. Over de koehandel zal ik het morgen hebben, vandaag sluit ik me aan bij de volgende leuze, alvorens naar bedstee te trekken: ‘Lang leve de polygamie voor vrouwen! Victor Démé for President!’. En luister goed: dat kan, want ik heb net ontdekt dat hij maar 46 is! Ronald Reagan daarentegen!

de ondraaglijke lichtheid in het journalistieke bestaan

cassetjeGisteren postgevat op het Sfinks Mixed Festival in Boechout, alwaar ik een poging zou ondernemen om in de ziel van enkele artiesten te duiken. Vrijdagavond had ik de artiestennamen aan het persteam doorgegeven en de vragen voorbereid. Het wachten kon beginnen. Wie zou me een gesprekje toestaan, en meer nog: wie zou er een zinnig gesprekje met me willen voeren? De ervaring leerde me dat niet elk interview slaagt. Dat niet iedere interviewee zin heeft om te praten, laat staan om te antwoorden op je vragen. Ik herinner me een interview met een Malinese koraspeler begin jaren negentig. Niet dat hij niet sympathiek was, ho maar. De man beraamde grootse plannen: met mij de volgende dag naar een feestje gaan. Maar toen ik wat vragen op hem afvuurde, volgden er hooguit drie nietszeggende antwoorden. Hij heeft me later nog wel eens een kaartje gestuurd, herinner ik me. Laaiend enthousiast over mijn blauwe ogen. Uiteraard werd ik vriendelijk uitgenodigd bij hem thuis, in Mali. Er was ook die vrouwelijke zangeres. Dat ik me haar naam niet meer herinner, heeft veel te maken met het gesprek en de opvolging achteraf. Ik kon in de loge, onder het toeziend oog van een drietal mannen, (het management?), een praatje slaan met mevrouw. De diva sprak geen gebenedijd woord aan vreemde talen, dus de mannen zouden het wel vertalen. Een vrouwenthema met een Arabische vrouw bespreken onder drie paar dwingende mannenogen, dat was de opdracht. En als ik nog vragen had, of illustratiemateriaal wilde, kon ik achteraf wel even een mailtje aan het management sturen. Het spreekt voor zich dat het Nederlandse emailadres van de Marokkaanse gozers onbestaande was en het telefoonnummer niet thuis gaf. Gisteren dus. Van één tot een uur of vijf fijn rondgehangen op het festivalterrein zonder enig nieuws van het front. Iets na vijven kreeg ik het nieuws dat Mevrouw Babani Koné de uitdaging aanging. Wat volgde was een gezellige conversatie. Babani rook naar het hemelse geurtje dat je bij het opendoen van om het even welke deur in Ségou naar adem doet happen: een mengeling van houtskool en met kruiden in confituurpotten opgelegd parfum. Ze werd vergezeld door de Heer Cheikh Tidiane Seck, een goedlachse muzikant die het ontstaan van de eerste baobab op aarde nog had meegemaakt. De visitekaartjes wisselden duchtig van eigenaar. De manager zei tijdens het binnenspelen van een banaan dat ik een mooie vrouw was, verduidelijkend dat hij van buiten én van binnen bedoelde, en Babani Koné herself schreef op de mij toegereikte ceedee de lieve woordjes: “Ecoutez - c’est Trop - bon” waarna ze het exemplaar van een krabbel voorzag. De tijd was volgens hen drieën rijp om Babani bekendheid op wereldvlak te gunnen, ze was er helemaal klaar voor. Babani zit dan ook al 20 jaren in het vak. Het is haar van harte gegund. Terwijl wij daar met zijn allen garen aan het spinnen waren, kreeg ik te horen dat The Gladiators exact om tien na vijf te mijner beschikking zouden staan. Ik kreeg welgeteld vijf minuten toebedeeld. De werkelijkheid zag er iets anders uit. The Gladiators speelden bijna drie kwartier langer dan voorzien, en ondertussen lag de batterij van mijn laptop bijna op apegapen. Geen nood, ik zou tijdens het wachten nog even een klapke kunnen doen met Mijnheer Werrason uit het verre Congo. In rijtjes van twee werd het perstuig naar de loge van mijnheer Werrason gebracht. Deze loge bestond uit een stukje gras naast een tentje, alwaar een tiental zwarte medemensen een samenkomst had beraamd. De avondklok was nog niet ingesteld. Het betrof het soort groepje dat je niet bij nacht in een verlaten winkelstraat zou willen tegenkomen. Mijnheer Werrason deed een stapje in onze richting en zei: “I am the King. Welke taal moet het zijn? Frans of Engels? Allemaal tegelijk, niet meer dan één kwartier.” Daar stond ik dan temidden van een gazonnetje, met mijn laptop in de hand. Achter mij stak een behaarde microfoon de kop op en werd een televisiejournalist behoorlijk zenuwachtig. De lui van Indymedia (Be the media!) vonden het een plezante opgave en gingen meteen aan de slag. Zelf had ik het gevoel of ik in de ketel van Obelix was gevallen. Vraag 1: hoe zou ik het klavier beroeren al rechtstaande? Vraag 2: welke zinnige vragen kan een mens stellen in een groep van 10 gedurende hooguit een kwartier? Vraag 3: had the king of fucking everything überhaupt wel iets te vertellen als hij het nut van een persoonlijk interview niet inzag? Ik verliet het grastapijt zonder spijt. Het was tenslotte Srebrenica niet. Gegeven het feit dat elke Congolees een beetje een koning is, kruis ik er vast en zeker nog wel eens een op mijn pad. Ik sloop net terug naar de perstent op zoek naar een stopcontact, toen het opperhoofd der Gladiators zijn opwachting maakte. Het gesprek liep als een trein, of beter: het verliep als het rifje in een gemiddeld roots rock reggae hitje [’Hello Carol’ bijvoorbeeld.] Vijf vragen waren goed voor één antwoord van Al Griffith: ‘Definitely!’ Op mijn vraag of hij wat genuanceerder kon antwoorden, antwoordde hij ‘Definitely!’ waarbij hij de handdoek in de ring gooide.

Daar wordt een mens nog eens vrolijk van. Op naar dag 2: ik ruik nu al onraad gezien ik een afspraakje heb beraamd met de man die meer van whisky dan van vrouwen houdt, of was het omgekeerd: Khaled. De laatste keer dat ik hem sprak, was tien jaar geleden in Brussel of all places. Zou hij zich dat nog herinneren? ‘Inshallah!’ lijkt me definitely een geschikt antwoord op deze niet terzake doende vraag.

Alles over Babani Kone

Foto’s van Sfinks

Alles over het woordje ‘definitely’

check this out:

kings of africa

chief goodness

Sfinks Mixed

sfinksWaarom ik vind dat u naar Sfinks moet:

en omdat u mij daar dan tegenkomt en we eindelijk nog eens kunnen bijpraten.

in de ban van de vruchtbaarheid

circus baobab

Wat er op dit moment in Zimbabwe gebeurt, noem ik het circus van de slechte smaak. Nochtans is er in Afrika een beter circus te vinden: Circus Baobab. Het komt uit Guinée Conakry en het benenwerk van het nepblondje aan het trapezium wordt er, samen met bijhorende pailletten, vervangen door ijzersterke acrobatieën van vlees en bloed. Jonge zwarten uit Conakry, opgeleid door Franse circusartiesten, mengen er hun koordkunsten met de oeroude Afrikaanse verhalencultuur. Ik raakte in de ban van dit circus toen ik in 2001 de film Circus Baobab van de Franse cineast Laurent Chevalier zag. Chevalier is de man die ook de ontroerende documentaire Djembefola, over de terugkeer van Mamady Keïta naar zijn geboortedorp maakte [zie filmpje hieronder]. Circus Baobab bestaat ondertussen al acht jaar en doet dit jaar België aan. Op Sfinks Mixed, op zondag 27 juli om 13u, vertellen de trapezewerkers en choreografen van deze Afrikaanse circusschool, het verhaal van Nimba, de vrouwelijke godin van de vruchtbaarheid en de overvloed. De regie en choreografie is in handen van niemand minder dan Patrick Bidon en Germaine Acogny, geen onbekenden in het circuit. Meer over het programma van Sfinks Mixed.

Filmpje over Djembefola [wat is er geworden van het kleine jongetje?]

16 juni: dag van de Afrikaanse jeugd

idayHet concert van Baaba Maal in het Zuiderpershuis gisteravond stond in het teken van de Afrikaanse Jeugd. Morgen is het immers Day of the African Youth over heel de wereld. Het initiatief werd in 2005 door de leden van African Diaspora opgericht. In 2007 werd de ngo IDAY opgericht. IDAY is een netwerk van Afrikaanse en Europeese organisaties die zich inzetten voor educatieve projecten in Afrika. Om hun stem kracht bij te zetten, verenigden ze zich. Elke deelnemende organisatie ontwikkelt haar methodes en richt zich tot de overheden van de landen waar ze projecten opvolgt. Het gemeenschappelijk doel is in 2015 een groot media-event in Afrika te organiseren.

Waarom 16 juni? Daarover morgen meer.

verbal jam 5

Ik nodig u graag uit op de volgende Verbal Jam 5 die plaatsvindt op 25 juni a.s. in de Entrepot du Congo, op het Antwerpse Zuid (eerste verdieping). U kan het programma bekijken en inschrijven op de website.

U kan op de site ook de teksten en foto’s van de vorige verbal jam events bekijken.

Misschien tot binnenkort!

Vriendelijke groeten,

Erika Claessens