* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

allochtonen

bevrijd van krijt

Onder het motto ‘het mag al eens een quote zijn’ en dit naar aanleiding van de thuiskomst uit Marokko van mijn bijna zestienjarige zoon vandaag.

Het betreft een stuk uit een brief van Hafid Bouazza aan Gerrit Komrij, gepubliceerd in De Standaard van vrijdag 30 mei 2008.

Het treft me niet alleen omdat het mooi geschreven is, maar ook omdat het op passende wijze het puberteitsgebeuren beschrijft. De schrijver is er bovendien ook nog in geslaagd dit in een pardoese vrije val te laten samenvallen met een leeg schoolplein en de thuiskomst bij de oermoeder. De leegte en het gemis die we zo haten op die leeftijd en tegelijkertijd koesteren, alsof het een medaille was, binnengehaald na het behalen van het eerste zwembrevet [50 m]. Coupez le cordon, mes enfants! Coupez!

“…Ik denk dat ik het beeld begrijp: het hormonale bacchanaal van de puberteit, de pijn van het groeien, het onbegrip dat de puber ten deel valt (want een begrepen puber is een antithese) en de onbewustheid van een krakkemikkig omhoog krakende jeugd, die achteraf - te laat! te laat! - altijd onbenut blijkt: dat sprak er uit dat schouwspel voor mij: niet symbolisch of emblematisch, jongens wisten waar ze over spraken en waar ze stonden/zaten in het leven. Zo thuis buitenshuis.

Ik moest denken aan mijn jaren op de lagere school waar ik, nadat de schelbel ons van de geur van krijt had bevrijd, alleen op het verlaten schoolplein bleef spelen, ik wilde het moment voordat ik naar huis ging, uitstellen, juist omdat ik thuis miste en dat gevoel van gemis wilde rekken. Ik heb nog steeds een zwak voor verlaten schoolpleinen. Natuurlijk kreeg ik een schrobbering van mijn moeder omdat ik altijd zo lang op mij liet wachten. Toen ik haar een keer vertelde dat ik langer wegbleef omdat ik thuis miste, was haar praktisch antwoord: ‘Als je thuis mist, dan kom je toch direct hier naartoe?’ Ik gaf het op. Wie kan ik uitleggen dat het gemis van een vertrouwd huis intenser is en meer geborgenhed biedt dan de vertrouwdheid van een onvermijdelijke thuis?…”

wat helpt is een klein beetje twijfel

repair snowglobeHet mag al eens een quote zijn: 

“Andersdenkenden tegemoet komen is iets heel anders dan je persoonlijke mening inslikken. Het is vaak een kwestie van toon: als we echt willen begrijpen hoe mensen omspringen met wat het godvormig hart in de ziel wordt genoemd, moeten we proberen meer in te voelen dan aan te vallen. Mijn ervaring is dat die openheid van geest gesprekspartners kan inspireren tot eenzelfde benadering. Andersom heb ik jarenlang gemerkt dat een houding in de trant van ‘alles wat jij zegt, kan tegen je gebruikt worden’ de toeschietelijkheid aan de overkant van de tafel niet erg vergroot. Mensen hoeven niet noodzakelijkerwijs op één lijn te komen, het is al heel wat wanneer zij elkaar in hun verlangens en pijn, in hun angst en hoop respectvol verstaan. Wat helpt is een klein beetje twijfel, de durf om een paar passen te zetten buiten het getto van je eigen gelijk. Volgens de achttiende-eeuwse denker Pascal is dat de ware levensmoed. Hij betoogde dat God niet afwezig is maar bestaat in de vorm van vragen. Die moet je willen stellen - niet op de laatste plaats aan jezelf.”

Frénk Van Der Linden , journalist in NRC Handelsblad

de ondraaglijke lichtheid in het journalistieke bestaan

cassetjeGisteren postgevat op het Sfinks Mixed Festival in Boechout, alwaar ik een poging zou ondernemen om in de ziel van enkele artiesten te duiken. Vrijdagavond had ik de artiestennamen aan het persteam doorgegeven en de vragen voorbereid. Het wachten kon beginnen. Wie zou me een gesprekje toestaan, en meer nog: wie zou er een zinnig gesprekje met me willen voeren? De ervaring leerde me dat niet elk interview slaagt. Dat niet iedere interviewee zin heeft om te praten, laat staan om te antwoorden op je vragen. Ik herinner me een interview met een Malinese koraspeler begin jaren negentig. Niet dat hij niet sympathiek was, ho maar. De man beraamde grootse plannen: met mij de volgende dag naar een feestje gaan. Maar toen ik wat vragen op hem afvuurde, volgden er hooguit drie nietszeggende antwoorden. Hij heeft me later nog wel eens een kaartje gestuurd, herinner ik me. Laaiend enthousiast over mijn blauwe ogen. Uiteraard werd ik vriendelijk uitgenodigd bij hem thuis, in Mali. Er was ook die vrouwelijke zangeres. Dat ik me haar naam niet meer herinner, heeft veel te maken met het gesprek en de opvolging achteraf. Ik kon in de loge, onder het toeziend oog van een drietal mannen, (het management?), een praatje slaan met mevrouw. De diva sprak geen gebenedijd woord aan vreemde talen, dus de mannen zouden het wel vertalen. Een vrouwenthema met een Arabische vrouw bespreken onder drie paar dwingende mannenogen, dat was de opdracht. En als ik nog vragen had, of illustratiemateriaal wilde, kon ik achteraf wel even een mailtje aan het management sturen. Het spreekt voor zich dat het Nederlandse emailadres van de Marokkaanse gozers onbestaande was en het telefoonnummer niet thuis gaf. Gisteren dus. Van één tot een uur of vijf fijn rondgehangen op het festivalterrein zonder enig nieuws van het front. Iets na vijven kreeg ik het nieuws dat Mevrouw Babani Koné de uitdaging aanging. Wat volgde was een gezellige conversatie. Babani rook naar het hemelse geurtje dat je bij het opendoen van om het even welke deur in Ségou naar adem doet happen: een mengeling van houtskool en met kruiden in confituurpotten opgelegd parfum. Ze werd vergezeld door de Heer Cheikh Tidiane Seck, een goedlachse muzikant die het ontstaan van de eerste baobab op aarde nog had meegemaakt. De visitekaartjes wisselden duchtig van eigenaar. De manager zei tijdens het binnenspelen van een banaan dat ik een mooie vrouw was, verduidelijkend dat hij van buiten én van binnen bedoelde, en Babani Koné herself schreef op de mij toegereikte ceedee de lieve woordjes: “Ecoutez - c’est Trop - bon” waarna ze het exemplaar van een krabbel voorzag. De tijd was volgens hen drieën rijp om Babani bekendheid op wereldvlak te gunnen, ze was er helemaal klaar voor. Babani zit dan ook al 20 jaren in het vak. Het is haar van harte gegund. Terwijl wij daar met zijn allen garen aan het spinnen waren, kreeg ik te horen dat The Gladiators exact om tien na vijf te mijner beschikking zouden staan. Ik kreeg welgeteld vijf minuten toebedeeld. De werkelijkheid zag er iets anders uit. The Gladiators speelden bijna drie kwartier langer dan voorzien, en ondertussen lag de batterij van mijn laptop bijna op apegapen. Geen nood, ik zou tijdens het wachten nog even een klapke kunnen doen met Mijnheer Werrason uit het verre Congo. In rijtjes van twee werd het perstuig naar de loge van mijnheer Werrason gebracht. Deze loge bestond uit een stukje gras naast een tentje, alwaar een tiental zwarte medemensen een samenkomst had beraamd. De avondklok was nog niet ingesteld. Het betrof het soort groepje dat je niet bij nacht in een verlaten winkelstraat zou willen tegenkomen. Mijnheer Werrason deed een stapje in onze richting en zei: “I am the King. Welke taal moet het zijn? Frans of Engels? Allemaal tegelijk, niet meer dan één kwartier.” Daar stond ik dan temidden van een gazonnetje, met mijn laptop in de hand. Achter mij stak een behaarde microfoon de kop op en werd een televisiejournalist behoorlijk zenuwachtig. De lui van Indymedia (Be the media!) vonden het een plezante opgave en gingen meteen aan de slag. Zelf had ik het gevoel of ik in de ketel van Obelix was gevallen. Vraag 1: hoe zou ik het klavier beroeren al rechtstaande? Vraag 2: welke zinnige vragen kan een mens stellen in een groep van 10 gedurende hooguit een kwartier? Vraag 3: had the king of fucking everything überhaupt wel iets te vertellen als hij het nut van een persoonlijk interview niet inzag? Ik verliet het grastapijt zonder spijt. Het was tenslotte Srebrenica niet. Gegeven het feit dat elke Congolees een beetje een koning is, kruis ik er vast en zeker nog wel eens een op mijn pad. Ik sloop net terug naar de perstent op zoek naar een stopcontact, toen het opperhoofd der Gladiators zijn opwachting maakte. Het gesprek liep als een trein, of beter: het verliep als het rifje in een gemiddeld roots rock reggae hitje [’Hello Carol’ bijvoorbeeld.] Vijf vragen waren goed voor één antwoord van Al Griffith: ‘Definitely!’ Op mijn vraag of hij wat genuanceerder kon antwoorden, antwoordde hij ‘Definitely!’ waarbij hij de handdoek in de ring gooide.

Daar wordt een mens nog eens vrolijk van. Op naar dag 2: ik ruik nu al onraad gezien ik een afspraakje heb beraamd met de man die meer van whisky dan van vrouwen houdt, of was het omgekeerd: Khaled. De laatste keer dat ik hem sprak, was tien jaar geleden in Brussel of all places. Zou hij zich dat nog herinneren? ‘Inshallah!’ lijkt me definitely een geschikt antwoord op deze niet terzake doende vraag.

Alles over Babani Kone

Foto’s van Sfinks

Alles over het woordje ‘definitely’

check this out:

kings of africa

chief goodness

Sfinks Mixed

sfinksWaarom ik vind dat u naar Sfinks moet:

en omdat u mij daar dan tegenkomt en we eindelijk nog eens kunnen bijpraten.

in de ban van de vruchtbaarheid

circus baobab

Wat er op dit moment in Zimbabwe gebeurt, noem ik het circus van de slechte smaak. Nochtans is er in Afrika een beter circus te vinden: Circus Baobab. Het komt uit Guinée Conakry en het benenwerk van het nepblondje aan het trapezium wordt er, samen met bijhorende pailletten, vervangen door ijzersterke acrobatieën van vlees en bloed. Jonge zwarten uit Conakry, opgeleid door Franse circusartiesten, mengen er hun koordkunsten met de oeroude Afrikaanse verhalencultuur. Ik raakte in de ban van dit circus toen ik in 2001 de film Circus Baobab van de Franse cineast Laurent Chevalier zag. Chevalier is de man die ook de ontroerende documentaire Djembefola, over de terugkeer van Mamady Keïta naar zijn geboortedorp maakte [zie filmpje hieronder]. Circus Baobab bestaat ondertussen al acht jaar en doet dit jaar België aan. Op Sfinks Mixed, op zondag 27 juli om 13u, vertellen de trapezewerkers en choreografen van deze Afrikaanse circusschool, het verhaal van Nimba, de vrouwelijke godin van de vruchtbaarheid en de overvloed. De regie en choreografie is in handen van niemand minder dan Patrick Bidon en Germaine Acogny, geen onbekenden in het circuit. Meer over het programma van Sfinks Mixed.

Filmpje over Djembefola [wat is er geworden van het kleine jongetje?]

geen kat geïnteresseerd in afrika - u ook niet

iday bannerEr is geen kat geïnteresseerd in Afrika. Dat was zeventien jaar geleden al zo. Eerst een anekdote uit de oude doos. In 1991 struinde ik een tijdje door Mali. Om een reportage te maken. De laatste dagen van mijn verblijf bracht ik in Bamako, de hoofdstad, door. Ik zou er de trein naar Dakar nemen. Op weg naar het station, stoven plots de stoffige straten wit. Er klonken geweerschoten en manifestanten renden alle richtingen uit. De republiek Mali werd toen al 22 jaar lang door de autoritaire Moussa Traoré geleid. De bevolking vond eindelijk dat het welletjes was. Dictator Traoré had voor eind 1991 verkiezingen beloofd. Het was eind december en er vielen nog steeds geen verkiezingen te bespeuren. De manifestanten schreeuwden om de invoering van een meerpartijenstelsel en andere democratische spelregels. Enkele dagen later, terwijl de geur van smeulende autobanden de geur van de bananenkraampjes verdrong, viel Traoré van zijn voetstuk. Onmiddellijk na mijn aankomst in België contacteerde ik de toenmalige BRT en De Morgen. Ik vertelde hen dat ik ter plaatse was en dus wel het een en ander over de situatie kon vertellen. De BRT besloot niet over de toestand in Mali te berichten. “In België zit niemand op politiek nieuws over Mali te wachten,” was het antwoord van de redactie. De Morgen daarentegen publiceerde mijn reisreportage [de neutrale titel werd weliswaar in een sensationele, niet terzake doende, headline omgezet]. Mijn eerste artikel, een verslag over de onstuimige driedaagse aan het station van Bamako, kreeg niet meer dan een kolommetje met een tiental lijntjes toebedeeld. Tegen de tijd dat ik had uitgelegd dat Bamako de hoofdstad was, waren de lijntjes op. Bij wijze van spreken. Afrika. Er is geen kat geïnteresseerd in Afrika. Neen, u ook niet. Of toch? Lees meer…

[Al eens ooit met kerst op een terras in Bamako gezeten? Een vreemde gewaarwording. Terwijl u aan een kippenbeentje kluift en het vette sap in uw sandalen druipt, bedelen 341 zwartjes met uitgestoken hand om een centje of een stukje brood. “Donnez-moi 100 francs s’il vous plaît.” Je zou van minder beginnen zweten.]

16 juni: dag van de Afrikaanse jeugd

idayHet concert van Baaba Maal in het Zuiderpershuis gisteravond stond in het teken van de Afrikaanse Jeugd. Morgen is het immers Day of the African Youth over heel de wereld. Het initiatief werd in 2005 door de leden van African Diaspora opgericht. In 2007 werd de ngo IDAY opgericht. IDAY is een netwerk van Afrikaanse en Europeese organisaties die zich inzetten voor educatieve projecten in Afrika. Om hun stem kracht bij te zetten, verenigden ze zich. Elke deelnemende organisatie ontwikkelt haar methodes en richt zich tot de overheden van de landen waar ze projecten opvolgt. Het gemeenschappelijk doel is in 2015 een groot media-event in Afrika te organiseren.

Waarom 16 juni? Daarover morgen meer.

online boekhandel over Afrika

afrika verbeeldBlack Label is een online boekhandel gespecialiseerd in boeken uit of over Afrika (literatuur, kinderboeken, kookboeken, boeken over Afrikaanse landen, over Afrikaanse kunst, architectuur, religie, muziek, dans, theater, geschiedenis, antropologie, …) Het gaat om boeken die u zelden in de boekhandel vindt, zeker de Engels- of Franstalige boeken. Met de verspreiding van het betere Afrikaanse boek wil Black Label bijdragen aan het bijstellen van de stereotiepe beeldvorming over Afrika. Black Label bestaat bij de gratie van Gilbert Braspenning. Ik ben hem daar dankbaar voor omdat ik lang zelf de droom koesterde om deze leemte op te vullen. Het hoef niet meer. Gilbert deed het voor ons. Bij een recente diefstal in zijn woning verloor Gilbert echter zijn computer en toebehoren. Hij beschikt sindsdien ook niet meer over het gigantische adressenbestand, dat hij door de jaren heen had opgebouwd. Daarom help ik hem een handje. Men verspreidde dit nieuws als een lopend vuurtje en vergeet vooral niet je adres naar Gilbert te mailen. De voorjaarsbrochure is ondertussen uit en die vind je ook op de website.