* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

Facebook gaf hen een gezicht, Twitter deed hen vliegen

delete-mubarak.jpgEgypte op weg naar de digitale vrijheid

Enkele dagen geleden riep de Egyptische jeugdbeweging ‘6 april’ op tot een ‘million-man-march’ op dinsdag naar het Tahrirplein in de Egyptische hoofdstad Caïro. Het megaprotest kleurt vandaag de straten van Egypte. De jeugd van Egypte klopt zich op de borst en maakt zich op voor de overwinning. Zonder Facebook en Twitter was dit niet waar geweest. Of toch wel?

De gazet van weleer is niet meer. De krant waar je vroeger één ‘gazeta’, een Venetiaans kopermuntje voor betaalde, ging eerder al de concurrentie met het ‘gesproken dagblad’ aan en moet nu de duimen leggen voor ‘het net’. Wie vandaag nieuws heet van de naald wil, klikt zich een weg door de digitale snelweg.

“De Verenigde Staten heeft zonet zijn status op Facebook gewijzigd”, meldt Husny op Twitter. “Het land is niet langer ‘in een relatie met’ Egypte. Er staat nu ‘het is ingewikkeld’ op zijn profiel.” Zeena laat een Speak2Tweet op Egypt.alive.in na: “Mubarak, neem je Suzanne [vrouw van de president]  en trap het af.” “Dank Al Jezeera, je bent de long die ons doet ademen. We zijn op weg naar de vrijheid en de democratie. Niemand kan ons nog tegenhouden”, voegt #bladi  eraan toe. De sociale media nemen het voortouw in de revolutie. Komt dat zien, komt dat zien!

Internet is van de wereld, de wereld is van iedereen. Ik lees en hoor her en der de commentaren. De een heeft het over de Iraanse val waarin de Egyptenaren in de toekomst misschien zullen trappen. De ander heeft het symbolisch over de val van de muur in het Oosten. Is de val een booby trap of is de val een eerste etappe in de bochtige weg naar de top, daar waar communicatie, transparantie en interactiviteit het op een akkoordje zullen gooien en de wereld naar een hoger niveau zullen tillen?

De burger kent zijn gerief en roept, twittert, blogt en update digitaalgewijs zijn kijk op de gebeurtenissen. De hele wereld antwoordt, twittert, blogt en update zijn antwoordje terug. Het merendeel van de bevolking in het oosten is jonger dan dertig, heeft een opleiding genoten en is werkloos. Ze kent het klappen van de internetzweep. Ze kent de bugs en de achterpoortjes. Ze heeft geen persconferentie van een politiek leider zoals dertig jaar geleden in Berlijn nodig om te weten te komen of ze al dan niet de weg naar de vrijheid en de democratie zal nemen.

Au contraire. Ze is ervan overtuigd dat ze die weg zal nemen. Ze tikt sneller dan haar schaduw. Want de vrijheid houdt zich onledig in de vrije wereld, daar waar de tachtigjarige Mubarak en zijn spitsbroeders nooit een tweet postten, laat staan hun bloggevoeg deden. Als het Moslim Broederschap van Egypte de teugels in Caïro in handen wil nemen, dan is een cursus sociale media aangewezen. En is dat nu net niet het eerste wat de fundi’s zullen verbieden?Ik ben er dus gerust in tot op heden.

Ik beeld me in dat Hosni Mubarak nu naar Osama in de grotten van Bora Bora twittert: “Slm Ossi, al n ID hoe w dt hr gn oplssn?” Waarop Ossama antwoordt: “k zl je toevgn als vriendje. Vrijdg flash mob op Tahrirpln, km je ook?;-)”

migratie: een aangename periode tussen een punt van vertrek en aankomst

 migratie

Het wordt steeds urgenter om een denkkader te ontwikkelen waarin de migrant centraal staat en niet ondergeschikt is aan de loop van de geschiedenis. Om te beginnen zouden we verplaatsing niet langer kunnen beschouwen als een onaangename periode tussen een punt van vertrek en aankomst, maar als een manier om in de wereld te staan.

Bovenstaand citaat over migratie is van Paul Carter en wordt Jean Michel Bruyère gebruikt voor een installatie. Bruyère is de drijvende kracht achter LFKs, een internationaal multidisciplinair kunstenaarscollectief, dat van 12 tot 14 juni tentoonstelt in deSingel. De groep beschouwt het zwerven als de voor de kunst vruchtbaarste vorm van leven, denken en handelen.

Dit project in opdracht van deSingel kadert in een 36 uur durende happening rond migratie en  diaspora, die ‘Van 8 tot 8′ heet.  De installatie van Bruyère staat deels op het podium van de Rode Zaal en deels op de terrassen van deSingel. Na de expo vertrekt het tentenkamp naar het Festival van Avignon. De toegang tot de installatie binnen en buiten het gebouw is dag en nacht open.

In dit leven is niets statisch … Het enige gevaar is dat we ons niet aanpassen, dat we niet reizen, dat we steeds ter plaatse blijven, muzikaal en spiritueel. Ons antwoord als muzikant is vooruit te gaan.

Dat is het standpunt van Wasis Diop. Diop is Senegalees en één van de meest bekende Afrikaanse muzikanten. Hij richt in de jaren zeventig de groep West African Cosmos op, waarvan de muziek het label ‘Afro-Jazz’ kreeg, lang voor de term ‘wereldmuziek’ eraan kwam.

De Abidjaanse Dobet Gnahoré breit op 13 juni een staartje aan ‘Van 8 tot 8′ met een acrobatisch/muzikale dansperformance waarbij ze alle Afrikanen in de diaspora oproept hun identiteit niet op te geven en voor hun rechten op te komen.

‘Van 8 tot 8′ over migratie en diaspora vindt plaats één week na de verkiezingen. Dan weten we al of dit land overgelaten wordt aan de willekeur van hen die zeggen dat dit ONS land is of in handen is van zij die minstens zouden kunnen overwegen om migratie te beschouwen als een manier om in het leven te staan.

Ga eens op een ander zitten, bijvoorbeeld in de rode of blauwe zaal van deSingel en zet eens een boompje op over uw medemens en zijn manieren om in het leven te staan.

[”Zit gij daar nu nog altijd op? Gaat daar eens af! Straks zakt die mens zijn schedeldak in.”]

een minuutje

1minute“Voor de zevende keer organiseert vzw De Zwerver, de organisatie achter het befaamde rockfestival Leffingeleuren en het pop-en dancefestival Karma Hotel, The 1-Minute Film and Sound Awards, een wedstrijd voor hele korte kortfilms waarbij de klank een even belangrijk beoordelingscriterium is als het beeld.

Een minuut duurt natuurlijk niet lang. Maar goed ook. Het is crisis en Time is Money.
Wat niet betekent dat u er niet heel veel tijd mag in stoppen. Want de ingezonden filmpjes (alle formaten zijn welkom), worden beoordeeld door een jury die van gespitste oren en arendsogen voorzien is. In de vorige edities bestond die jury onder meer uit gereputeerde muzikanten als Tom Barman, Daan Stuyven, Serge Buyse (’t Hof van Commerce), Hendrik Willemyns (Arsenal) Mickael Karkousse (Goose) en notoire filmmakers als Christophe Van Rompaey, Pieter Van Hees, Dimitri Karakatsanis, Fien Troch, Jonas Geirnaert, Koen Mortier en Joe Van Houtteghem en Felix Van Groeningen. Tussendoor ook wel wat verdwaalde zielen die over klank en beeld konden oordelen, zoals als Guy Mortier.

Maak een minuut die uren duurt. Of tenminste, een minuut die zo goed is dat je er uren naar kunt kijken. En luisteren. Vermijd dat ze zo saai wordt dat het lijkt alsof ze uren duurt.

Uw minuut moet niet alleen een bezienswaardigheid zijn, maar ook een beluisterwaardigheid. U kunt daarvoor met muzikanten samenwerken, maar evengoed kunt u met geluiden en klanken voor een soundscape zorgen.

We zeggen het u nu al, dat u er kunt aan beginnen denken. Of u kunt gewoon in actie schieten. De deadline kunnen we u nu al verklappen. 10.08.09. Een beetje autist ziet meteen enige logica in die cijfers. Als u niet kunt wachten tot augustus, aarzel dan niet om uw filmpjes al eerder in te dienen. Hoe vroeger, hoe beter ze gewikt en gewogen kunnen worden.

En wat u kunt verdienen voor uw moeite? Genoeg geld om een horloge te kopen, laten we het zo zeggen. U wilt cijfers? Oké, hier gaan we. In tijden van crisis kunnen we begrijpen dat geld een motief is.

Zoals ieder jaar worden er 30 finalisten geselecteerd. Die dertig filmpjes komen op onze site (www.1minute.be). Daar kan het publiek terecht om mee te stemmen voor de publieksprijs. Tijdens het Leffingeleuren-festival (dat zoals ieder jaar het derde weekend van september plaatsvindt) worden de 30 finalisten op groot scherm getoond (door de mensen van Cinemobiel) en worden ook de prijzen uitgereikt: 250 euro voor de derde prijs, 500 euro voor de tweede prijs en 1000 euro voor de winnaar. De winnaar van de publieksprijs neemt ook 1000 euro mee naar huis.

U moest al aan het filmen zijn!”

Kurt Vandemaele

Alle Belgen elektronisch

eidDe eID wordt nauwelijks gebruikt, zo schijnt het. De eID is de elektronische identiteitskaart. Tegen eind 2009 hebben alle Belgen er een op zak. Maar wat kan u ermee? “Geen idee,” zegt de Belg. De minister van Ondernemen en Vereenvoudigen trok daarom samen met de minister van Binnenlandse Zaken op reis. Met de bus.

Om de eID te promoten. “In 1,2,3 met je eID.” Als vereenvoudigde boodschap kan dat tellen. De bus van de ministers rijdt nog tot eind september verder om de burger te tonen hoe de eID het dagelijkse leven een stuk makkelijker maakt. Voorlopig, zo leert u in de bus, kan u er uw belastingformulier online mee invullen of een administratieve klus mee opknappen aan het e-loket van uw gemeente. In de toekomst kan u er nog veel meer mee.

Maar bezint voor u begint want de kaart (eID) kan enkel gebruikt worden wanneer u over een kaartlezer beschikt. De kaartlezer zit ofwel in uw computer, ofwel niet. Dan koopt u er eentje tegen 10 à 20 euro in de winkel. Of nee, wacht! De minister van Vereenvoudigen en de minister van Interne Keuken hebben er 55.000 van de overheid gekregen. Ze liggen nu in de promotiebus op u te wachten.

De bus doet alle grote Belgische evenementen aan. Gisteren arriveerde ze op de Antwerp 10 Miles Marathon, op 10 mei staat ze op Mano Mundo, op 6 juni op La Chouffe Classic en op 22 juli op de jaarmarkt van Deinze. Gay en nog geen eID? Op 16 mei tijdens de Belgian Gay & Lesbian Pride passeert de bus schaamteloos door Brussel. So hop on the bus, Gus, and get yourself free… !

Onderzoeksjournalistiek [einde]

beenHeeft u deel 2 al gelezen?

Een been. Aan het bedeinde steekt een vaalgeel been in de lucht. Het lijkt slank, maar mooi is het niet. Rondom de knie is het haar weggeschoren. Terwijl ik mijn tenen nog eens probeer te bewegen, hopeloos overigens, kijk ik geïnteresseerd toe hoe de chirurg met het been in de weer is. Hij wringt, trekt en draait.

Plots breekt mijn spreekwoordelijke klomp. Het is m-i-j-n been. Mijn linkerbeen. Ik herken de zwarte pijl die naar mijn knieschijf wijst. Ik slik. Ik lig languit, met beide benen op de operatietafel. Ik voel. Eerlijk gezegd, ik voel niets. Mijn maag keert om.

“Wil u volgen op het scherm?”, vraagt iemand. Ik bedankt hartelijk. ufoHet Unidentified Flying Object, alias de operatielamp boven mijn hoofd, weerspiegelt op geheel eigen wijze al een deel van het gebeuren. Dat is voorlopig voldoende. Groen schortje Yolanda sleept een soort droogrekje aan. Even later hangt ze er een blauw zeil over. Of is het een tafellaken?  Ik ben niet meer op de Bounty-eilanden. Ik zit op Camping Campina. Het schouwspel rondom boeit minstens evenzeer als de extreme make-over van mijn knieschijf op het vierkleurenscherm.

Dan schraapt de chirurg zijn keel: “Okay, we beginnen eraan”. Het wordt stil in de zaal. Off we go! Ik voel hoe mijn buik de functie van bijzettafeltje krijgt. Met ongeloof hoor ik om de werktuigen roepen: “Spatel. Naald. Eendebek. Duikbril.” Neen, die twee laatste, dat zal ik verkeerd begrepen hebben. Mijn gedachten dwalen af naar het hamerke en het zaagske van de Gamma. Wat duurt het lang. Wéér die kettingzaag. Het zal de boormachine zijn.hamerke beitelke

Tijd om me af te vragen hoe de chirurg in godsnaam het afvalgruis door die miniscule gaten in mijn knie weer naar buiten krijgt. Met een stofzuiger waarschijnlijk. Van Dyson. Daar heb je geen zak voor nodig. “Een hele mooie tumor,” hoor ik chirurg Wim plots zeggen. Shit! Het gaat hier over mij. Ik wist helemaal niet dat… “Die mevrouw wordt gevolgd op oncologie, ja!” Zucht van opluchting. Hij belt met zijn secretaresse. Zou ik hem zeggen dat ik het fijner zou vinden wanneer hij met zijn gedachten bij mijn meniscus zou blijven?

Ik krijg het koud. Ik roep een groen schortje en vraag om een dekentje. “Koud?” Geen punt. Ze trekt een lange slurf naar me toe. Er huppelt een blaaskacheltje achteraan. De slurf met warme lucht wordt onder het dekentje op mijn lichaam geplaatst. Heerlijk! Het Bountyeiland komt terug in zicht. Wuivende palmen, en als ik erg mijn best doe, hoor ik de zee. Het is tien uur in de ochtend.

Onderzoeksjournalistiek (2)?

Heeft u deel 1 al gelezen?

operatiekamerHet was berekoud in het operatiekwartier en er hing een penetrante geur die ik later zou herkennen als ‘zuurstof’. Naast me lag een jongetje nietsvermoedend te keuvelen met zijn vader, voor me lag een menopauziste met acute bekkentrekkerij, en naast me lag er vooralsnog niemand.

Het duurde niet lang of er reed een penopauzer binnen. Terwijl ik kokhalsde van de geur, stootte hij een vermakelijk zinnetje uit. “Voilà, hier zijn we dan in het voorgeborchte!” “Ja!“, gromde een man in een uithoek, die ik tot dan nog niet had opgemerkt. Daar lagen we dan, ieder op zijn manier worstelend met het nakende onheil. Mijn liphoeken trilden, maar ik bleef voorhouden dat er niets aan de hand was. Buikademhaling zou me redden.

Dat was buiten de waard gerekend. Een ‘groen schortje’ stapte op me af, stelde zich voor, en ontblootte tezelfdertijd mijn linkerbeen. Met alcoholstift tekende ze een lange pijl richting knie. Mijn gedachten gingen uit naar de vrouw uit het nieuwsbericht van enkele dagen terug. Haar rechterborst werd per abuis geamputeerd. Geen nood, ze kreeg een rechtzetting en gaat nu zonder borsten door het leven.

Buikademhaling, buikademhaling,” sprak ik mezelf toe. Er kwam een tweede groen schortje aan. Ze trok haar alcoholstift als een degen uit haar vestzakje en vroeg me om welk been het ging. “Links“, antwoordde ik al naar gewoonte. “Dat weet ik wel,” zei ze meesmuilend. “Kwestie van misverstanden uit te sluiten,” voegde ze eraan toe. Toen zag ze dat ik al een pijl had, en met een stiekem gebaar gleed haar stift terug in haar vest.

Mevrouw heeft het niet begrepen op de anesthesie,” zei stift nummer 1. “Ze is allergisch aan Diprivan.” “Dan gaan we toch voor een ruggenprik,” antwoordde stift nummer twee. groen schortjeIk zakte bijna door het bed en hoopte dat een derde musketier mij uit deze benarde situatie zou redden. Omdat niemand opdook, ging ik opnieuw over op buikademhaling.

De vliegende brigade duwde me ondertussen richting operatiekamer. Daar liepen de groene en witte schortjes als mieren door elkaar heen. Wim ginnegapte met Yolanda, Nele legde mijn rechterarm op een strijkijzerplankje en De Wit koppelde de bloeddrukmeter aan, alsof het om een erelint ging. Boven mij hing een reusachtige cirkelvormige lamp en iets verder hing een scherm met de woorden ‘arthroscopie’. Ik vond dat het hele gebeuren een hoog Ketnetgehalte had, maar hield wijselijk mijn mond.

Ik zou mijn rug toevertrouwen aan drie vrolijke spinsters en prevelde mezelf moed in. De keuze was wat ze was: drie dagen een tientonner over me voelen rijden of vijf minuten lang een prik in mijn rug verdragen. Buikademhaling fluisterde me toe dat ik de musketiers kon vertrouwen en mijn linkerhersenhelft stemde in met de ruggenprik.”Maak maar een bolletje,” zei groen schortje vriendelijk terwijl groen schortje twee het infuus naaldgewijs aansloot op mijn arm. “Denk maar aan iets leuks, denk aan uw kinderen“, zei groen schortje drie en daar gingen we dan.

Aan mijn kinderen. Dat zou wel eens tegendraads kunnen werken. Dus ik dacht aan een Bountystrand. Mijn dag kon niet meer stuk, hield ik me voor. “Voelt u al dat uw benen lam worden?” Nee, ik voelde niets, of beter: een naald die in mijn rug prikte en een pijnscheut in mijn rechteronderrug. Het werd stil. Terwijl ik mijn ogen hard dichtkneep, voelde ik de schortjes blikken wisselen. “Lukt niet?“, hoorde ik schortje twee tegen schortje één fluisteren. “Nee,” schudde schortje één het hoofd. Ik wilde hen voorstellen om zich in te schrijven bij de improvisatieliga, maar een nieuwe pijnscheut schoot door mijn onderrug. schortjeDerde keer, goeie keer, hield ik mij bondzondernaamsgewijs voor en inderdaad: voor ik Mevrouw Buikademhaling ter hulp kon roepen, voelde ik de injectievloeistaf zich langs mijn stuitje een weg naar het gehele onderlijf banen. “Hoe laat zou het zijn?” vroeg ik me af. Voor Het Formulier!

Hoe het me verder verging leest u morgen in deel 3.

Onderzoeksjournalistiek?

pret in bedWat is een arthroscopie?“, vroeg de onderzoeksjournalist in mij zich af. Omdat ik een operatie aan de linkerknie wel eens met mijn eigen ogen wilde zien, bood ik me vanmorgen om zeven uur aan in de Dagkliniek van het Universitair Ziekenhuis. Dat moest ik uiteraard van naderbij bestuderen. Na een eerdere ingreep kreeg ik immers ernstige neveneffecten. Dat kwam vermoedelijk na het gebruik van het middel Diprivan.

Om niet teveel in detail te gaan, maar om het onderzoek niet te schaden, som ik deze noodwendigheden even in het kort op: spier- en gewrichtspijn die me de uitspraak “Ik voel me alsof er een militaire tank over me reed” ontlokte, vochtophoping in armen en handen zodat het plooien van de vingerkootjes onmogelijk werd en ten slotte ademnood, gepaard gaande met een spastische hoest.

De barstende hoofdpijn en de braakneigingen hoeven hier niet vermeld, want ze kwamen voor onder de categorie ‘zeer vaak bij meer dan 1 op de 10 patiënten‘ op de, op het internet geposte, bijsluiter van de injectievloeistof. Deze toevalligheden hielden mijn lijf en leden drie dagen in de ban. Tijd dus om deze keer een joker in te zetten.

De anesthesist van dienst die me één week vooraf monsterde, keek me schuimbekkend aan, en antwoordde dat het desalniettemin om een zéér doeltreffend middel ging, waarschijnlijk haar incentive reis naar Hawaï gesponsord door AstraZeneca indachtig. Of mijn voorkeur dan misschien uitging naar een epidurale ruggenprik? Met mijn lumbale punctie van één jaar geleden nog fris in het achterhoofd, ontlokte haar uitnodiging mij een kordate ‘njet‘. “Dan wordt het toch Diprivan. Tot volgende week!“, hoorde ik haar gastvrij neuzelen.

Laat ons stellen dat ik er niet gerust op was toen ik me vanmorgen undercover aanbood op de dienst. Nochtans had ik niets te vrezen. Het personeel aan de balie riep me al op nog voor ik een nummertje getrokken had. Daar kan slagerij Vandegenechten nog een puntje aan zuigen. Ik stond vandaag als eerste geboekt in het operatiekwartier, hoorde ik de uiterst gemotiveerde verpleegster [ADHD?] uitroepen. Ze troonde me naar een eenpersoonskamer waar ik me meteen mocht uitkleden. nurse met ADHD

Enkele minuten later doemde er een Verpleegster-Studente op die me vroeg of ik aan een enquête over wachttijden in het ziekenhuis wilde meewerken. “Uiteraard,” zei ik, “tenminste als ik heelhuids de narcose overleef, maar dat zal u vanzelf wel merken wanneer het formulier niet ingevuld is.” Ik kreeg een klokje dat ze op mijn nachttafeltje zette, als was het het dressoir van mijn oma.

Het onderzoek indachtig sprong er meteen een derde verpleegster uit de kast, die me toelispelde: “Heeft u valse tanden, piercings, oorringen, halssnoeren of andere ijzerwaren, dan dient u deze te verwijderen. Doe uw operatieschortje aan en haast u wat want we hebben geen tijd. U bent het eerst aan de beurt. Ik kom meteen terug om uw benen te scheren.” Benen scheren. OMG! [Ow My God!] Helemaal vergeten. In deze barre wintertijden beschouw ik het natuurlijke donsje op mijn benen als een kwaliteitsdeken dat mijn Deschamps ganzendonsdekbed in het niets doet verdwijnen. Ik besefte dat ik haar niet kon vragen om me even van kop tot teen te harsen en liet het probleem yogagewijs los.

Ik had genoeg katjes night nursete geselen met de nakende narcose die me behoorlijk op mijn grondvesten deed daveren. Ik deed alsof ik een vals gebit in het plastieken ‘dentier’bakje schikte en ging nietsvermoedend het gevecht met het operatieschortje aan.  De hogesnelheidsverpleegster stormde plots opnieuw binnen. “Heeft u al geplast? Dan moet u dat nu doen, want we zijn bijna weg!” Ik merkte dat ik stotterde terwijl ik in mijn tafelkleed, enkel met twee lintjes achter rond mijn hals geknoopt, naar het toilet liep. [Gelukkig had ik mijn slipje mogen aanhouden. Maar de gordijnen hingen wagenwijd open, schoot me te binnen! Enfin, alles voor de onderzoeksjournalistiek!]

Amper 25 minuten na aankomst duwde de TGV me operatiebedgewijs de kamer uit richting operatiekwartier. Als ik dat maar kon onthouden voor het enquêteformulier.

Hoe het me verder verging leest u morgen in deel 2.

Life is an art - by Jayant R. Harnam

jayant
Vanmorgen in alle vroegte met een VIP-bus vanuit Antwerpen richting Nederland. Bekleding van zwart leder, plaats zat, met heuse keuken, bar, toilet, televisie en disco aan boord. Halverwege worden broodjes, croissants en koffiekoeken geserveerd. Om 10u45 aankomst op het industrieterrein van Sassenheim (NL) om de set van de film ‘Life is an art’ te bezoeken. Een aanwezige journalist krijgt een persbericht op zijn gsm. Er is een vliegtuig van Turkish Airlines neergestort. Even overwegen we om daarheen te gaan. Het polderlandschap waar de crash [’crèche’ zeggen de Nederlanders] gebeurde, ligt op amper tien kilometer van de plaats waar we ons bevinden. Iemand zegt dat we een primeur hebben. De televisie gaat aan. De eerste beelden verschijnen. Geen primeur meer. Niemand verder nog geïnteresseerd in het uitmelken van enkele ‘bodybags’. Het gestuntel van de NOS wekt op de lachspieren. Dezelfde beelden worden eindeloos herhaald. Woordvoerders herhalen dezelfde zinnen, tot vervelens toe. Eeuhs, ahhs en gestuntel rijgen zich aan elkaar. Turkije blijft volhouden dat er niemand stierf,  bij monde van de regering. Altijd het hoofd rechtop houden, is waarschijnlijk de communicatiestrategie. Ik beeld me in hoe de Turkse familieleden zich zullen voelen wanneer ze achter de waarheid komen. We bezoeken de filmset. Voor we de piepkleine studio binnengaan, waarschuwt de executive director dat er hier en daar wat ‘voorwerpen voor volwassenen’ rondslingeren. Het is verboden ze aan te raken of de acteurs op de set in beeld te brengen met het materiaal. Kennelijk een low budget-film. Ik [steek een batterij pluimen in mijn ***, aai een reuzedildo in roze en] bekijk twee keer hetzelfde shot. Alison Carrolls’ acteerwerk overtuigt desalniettemin. Ze kent haar tekst. Bovendien is ze mooi. En… “Cut!” We verlaten het gebouw op kousenvoeten. [Er steekt een roze eikel uit mijn linker jaszak.] Dan is het eindeloos wachten op de crew om naar Hotel Sassenheim te rijden, waar de persconferentie wordt gehouden. Hotel Sassenheim baadt in schemerlampen en oriëntaals boudoirvelour. Het decor bevalt me. De persconferentie vindt plaats in de loungebar en de journalisten sloven zich uit om diepgaande vragen te stellen. De Surinaamse director Jayant R. Harnam (21) ziet er net geen twintig uit en beantwoordt schoorvoetend de vragen. Lara Croft ofte Alison Carroll daarentegen is spraakzamer. Waar gaat de film ‘Life is an art’ eigenlijk over? Deze psychologische thriller zet twee detectives op een zaak over mutilatie. De dader mutileert zijn slachtoffers op een artistieke manier, die alsnog toelaat dat het slachtoffer het kan navertellen. “Show me your hands! Just show me your hands’”, hoor ik een personage naar een gemutileerd slachtoffer gillen. Indrukwekkend. De ketchup ligt er vingerdik op. Dat heet special effects  en ‘core’. Over naar het slagveld op Schiphol.

 PS Onder de indruk van Jayant R. Harnam, autodidact, (director), Martin Swabey (detective David Bell), Alison Carroll (detective Claire Jones) en het pianowerk van André Philips.

De weg naar de strooiweide

strooiweideIk ging vanmorgen naar een begrafenisplechtigheid van onze overbuurman. De GPS kende de weg naar Schoonselhof niet, en ik nog minder. Ik reed wat rond en kwam twee minuten te laat aan het crematorium aan. Ik sleurde de GPS uit het contact, gooide het apparaat met bedrading en reutemeteut in mijn handtas en rende naar binnen, als laatste. Snel zette ik mijn gsm af, kwestie van de nabestaanden niet te storen tijdens de dienst. Toen ik met het kleine gezelschap na de dienst in karavaan naar de strooiweide liep, stootte ik met mijn handtas lichtjes tegen mijn knie. Het klonk als een marsorder, en was minstens tot aan het begin van de stoet te horen: “na 80 meter gaat u rechtsaf, na 80 meter gaat u rechtsaf!” Iedereen draaide zich om en sommigen keken verbaasd naar mijn handtas. Het kleinood vergeten af te zetten.

Pluk van de tienerflat

plukZoon van zestien gaat het huis uit. ‘Op kamers wonen’. Alleen. Dat kàn hij, bezweert hij haar. Ze denkt dat ook, dat hij dat kan. Ze is er omzeggens zeker van. Maar tussen droom en daad staan er bezwaren. Is een tiener van zestien emotioneel klaar om op eigen benen te staan? Klotemoeder denkt van niet. Pestpokketeringwijf denkt weer dat ze het beter weet. Erger nog. Ze wéét het beter. Emotioneel moet je sterk staan om op je zestien niet uit een boomhut te vallen. Edoch. Ze laat hem gaan. “Uw kinderen zijn uw kinderen niet”, probeert ze Khalil Gibrangewijs zichzelf iets wijs te maken. Het pakt niet. Dash wast niet witter dan wit. Dash is een uitvindsel van deze tijd. Echte mama’s, met échte kinderen, spreiden de witte lakens op grasgroene bleekvelden tussen bloesemende appelbomen en zonnige heuvels met evenzoveel dalen. Echte mama’s gebruiken geen wasmachines. Ze schrobben tot ze erbij neervallen. Ze koesteren hun kindjes in de moederschoot, wanneer de vrolijke wolkjes aan hun schorten komen hangen. Echte mama’s luisteren immer goed, knikken altijd van ‘ja’ en zijn steeds beschikbaar. Echte mama’s spuiten nooit met onkruidverdelgers in het rond. Echte mama’s vinden alles prima. Ik wens je alle goeds, Pluk. Dat je Dollie De Duif, Mijnheertje Pen of Kakkerlak Zaza op je route mag tegenkomen. En euh, vergeet je je rode kraanwagentje niet?