Onderzoeksjournalistiek [einde]
Heeft u deel 2 al gelezen?
Een been. Aan het bedeinde steekt een vaalgeel been in de lucht. Het lijkt slank, maar mooi is het niet. Rondom de knie is het haar weggeschoren. Terwijl ik mijn tenen nog eens probeer te bewegen, hopeloos overigens, kijk ik geïnteresseerd toe hoe de chirurg met het been in de weer is. Hij wringt, trekt en draait.
Plots breekt mijn spreekwoordelijke klomp. Het is m-i-j-n been. Mijn linkerbeen. Ik herken de zwarte pijl die naar mijn knieschijf wijst. Ik slik. Ik lig languit, met beide benen op de operatietafel. Ik voel. Eerlijk gezegd, ik voel niets. Mijn maag keert om.
“Wil u volgen op het scherm?”, vraagt iemand. Ik bedankt hartelijk.
Het Unidentified Flying Object, alias de operatielamp boven mijn hoofd, weerspiegelt op geheel eigen wijze al een deel van het gebeuren. Dat is voorlopig voldoende. Groen schortje Yolanda sleept een soort droogrekje aan. Even later hangt ze er een blauw zeil over. Of is het een tafellaken? Ik ben niet meer op de Bounty-eilanden. Ik zit op Camping Campina. Het schouwspel rondom boeit minstens evenzeer als de extreme make-over van mijn knieschijf op het vierkleurenscherm.
Dan schraapt de chirurg zijn keel: “Okay, we beginnen eraan”. Het wordt stil in de zaal. Off we go! Ik voel hoe mijn buik de functie van bijzettafeltje krijgt. Met ongeloof hoor ik om de werktuigen roepen: “Spatel. Naald. Eendebek. Duikbril.” Neen, die twee laatste, dat zal ik verkeerd begrepen hebben. Mijn gedachten dwalen af naar het hamerke en het zaagske van de Gamma. Wat duurt het lang. Wéér die kettingzaag. Het zal de boormachine zijn.![]()
Tijd om me af te vragen hoe de chirurg in godsnaam het afvalgruis door die miniscule gaten in mijn knie weer naar buiten krijgt. Met een stofzuiger waarschijnlijk. Van Dyson. Daar heb je geen zak voor nodig. “Een hele mooie tumor,” hoor ik chirurg Wim plots zeggen. Shit! Het gaat hier over mij. Ik wist helemaal niet dat… “Die mevrouw wordt gevolgd op oncologie, ja!” Zucht van opluchting. Hij belt met zijn secretaresse. Zou ik hem zeggen dat ik het fijner zou vinden wanneer hij met zijn gedachten bij mijn meniscus zou blijven?
Ik krijg het koud. Ik roep een groen schortje en vraag om een dekentje. “Koud?” Geen punt. Ze trekt een lange slurf naar me toe. Er huppelt een blaaskacheltje achteraan. De slurf met warme lucht wordt onder het dekentje op mijn lichaam geplaatst. Heerlijk! Het Bountyeiland komt terug in zicht. Wuivende palmen, en als ik erg mijn best doe, hoor ik de zee. Het is tien uur in de ochtend.
Posted: March 31st, 2009 under easy reading.
Comments: 2