* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

waarom een restaurant Tati heet

Bij aankomst in café/resto Tati in de Kerkstraat in Antwerpen vroegen we ons meteen af of de verwarming niet werd gebruikt. Toch wel, zei de jonge, bevallige, ober. “We krijgen het niet warmer.” Ik hield mijn jas dan maar aan. We waren met zijn vieren. Ieder bestelde een gerecht, drie onder ons namen vooraf soep. Bij twee van de gevraagde gerechten kregen we echter het antwoord dat ‘het niet voorradig was’. Vervelend, maar toch sympathiek dat de brave man ons op de hoogte bracht. Er werd iets anders gekozen. Ik bestelde twee drankjes, een thee om het warm te krijgen en een glas rode wijn. Ik keek naar de pittige knaap en vroeg hem of hij dat allemaal ging onthouden, want eigenaardig genoeg noteerde hij niets. Hij knikte van ja. Ik vond het fantastisch. Hij had stijl. Toen hij daarna terugkwam om te vragen of we nu dit of dat gekozen hadden en bovendien mijn wijn vergat, (die ik pas meer dan een uur later kreeg), vond ik dat zijn harde schijf wat aan bytes miste. Enfin, niet getreurd. We lachten wat af. Maar na een uur vonden we dat we lang genoeg gewacht en gelachen hadden. Waar bleef om te beginnen die soep? Bij elk getingel uit de keuken  balanceerden er allerlei gerechten langs onze hoofden. Wij zaten gezellig rond een leeg broodmandje in de hoop dat het alsnog in een knetterende open haard zou veranderen. Iemand uit het gezelschap ging om uitleg vragen. De kok bleek ontdekt te hebben dat hij geen soep had, en was dan maar aan de slag gegaan. Hij ‘vond’ daarom ter plekke een soepje ‘uit’ en vergat ons op de hoogte te brengen. Maar ze kwam er zo aan! Wachten. Toen kwamen er drie kommetjes soep. Soep? Het ging om transparant, opgewarmd water met zout in, en niet te vergeten: enkele verknipte stengels bieslook, enkele minuscule, halfgare tomatenblokjes en verder…. enkele grote, ongekookte courgettestukken. Het ‘zeewater’ met groenten werd lauw opgediend. Ik kon de neiging niet onderdrukken te vragen of de soep de naam ‘ik-gooi-alles-wat-ik-in-mijn-keuken-vind-in-mijn-soep-en-doe-er-wat-zout-bij’ droeg. “Nee,” zei het charmante stuk, van geen meter van zijn stuk te brengen. “Het is groentensoep.” We proefden allemaal even. Nu had ik toch minstens gehoopt dat de vindingrijke kok Maggi Cube of bouillonblokjes zou gebruikt hebben… Niks van. Water met zout. Twee lepels waren voor mij genoeg. De gedachte aan de kok van de Muppet Show die met enig gevoel voor timing wat ingrediënten in zijn soep slingerde, als betrof het ballen in het blikkenkraam op de kermis, ging niet meer uit mijn koker. Nu denk ik niet dat rauwe courgettes met gepureerde tomaat in zeewater op kamertemperatuur de darmen kunnen schaden, maar toch. Ik had er geen zin in, en de anderen ook niet. We vroegen de jongeling met de bug in de schijf om de soep weer weg te halen. Soep af! Hoofdgerecht op! Wat dreef er nu bij toeval in mijn pasta veggie? Stukken rauwe courgette, met volgens mij ook wat rauwe broccoli. Verder merkte ik ook nog wat grofgeknipte stukken basilicum op, of iets dat er op leek. Ik zag ook drie witte vlekken gesmolten vaste stof, ik denk dat het om enkele centimeters blauwe stinkkaas ging. Voor een vegetariër is dan het kalf nog maar half verdronken maar dat het hele boeltje niet meer warm was, zelfs niet eens lauw, deed mijn appetijt met de noorderzon vertrekken. Ik begon me onbehaaglijk te voelen. Straks zou Mijnheer Atari nog denken dat ik hem voor de gek hield. Desondanks vroeg ik hem vriendelijk mijn gerecht op te warmen. Hij kon dan meteen het wijntje meebrengen waar ik al zolang op wachtte. Zo gezegd, zo gedaan, alhoewel ik hem met de Muppet uit de keuken in drukke onderhandelingen zag. Mijn buurman, die een pasta zalm met dille, had besteld, warmde ondertussen zijn handen aan zijn heerlijk dampende bord. Dat basilicum geen dille was, en dat de zalm een vreemde vorm aannam, daar wou hij geen halszaak van maken, gezien de omstandigheden. Mijn overbuurvrouwen warmden ondertussen hun handen aan een kaarshoudertje op de tafel en ik knoopte nog eens goed mijn jas dicht. Het zal u wellicht niet verbazen dat mijn bord wat later leeg was dan dat van de anderen. Voor één keer lag dat niet aan mezelf en al mijn geklets. Het viel me tijdens deze spetterende cabaretavond ook nog op dat er diezelfde avond enkele vrouwen binnenstormden die zich meteen vrijwillig aan de verwarmingsbuizen vastketenden. En de kok ? Die sloop drie minuten na ons als een dief in de nacht de Tati uit. Hij trok een betrekkelijk gezicht, vond ik. Vraag die ons restte: “Was dit wel de kok van de Tati of een huurling uit het vreemdelingenlegioen van Pieter De Crem?” Deze avond in Comedy Casino kostte ons voltallig gezelschap een slordige 20 euro per persoon. Noot: een gerecht hoeft niet duur te zijn en mag betrekkelijk eenvoudig zijn, wat mij betreft, leek in keukenaffaires, maar de ingrediënten zouden toch minstens opgewarmd mogen worden, ‘gekookt’ of ‘gebakken’ bijvoorbeeld. Schiet mij plots te binnen dat men bij Tati misschien gewoon de gasrekening niet had betaald. Zou kunnen in deze tijden van crisis. Een pluim voor Tati: zij zijn helemaal Kyoto. En zo ging ik toch nog blijgemutst naar bed. Ik neem immers deel aan de klimaatwijken en dat betekent dat ik ook extern mijn steentje bijdroeg. Mooi! Yes, We Can!

Ook een leuke ervaring in een hedendaags restaurant? Ik verwacht uw commentaar hieronder met open armen. Ik haal ondertussen de ijspegels uit mijn neusharen.

Write a comment