
How bananas can you go? Kevin ‘The Banana Man’ Allen vindt dat je daar behoorlijk ver in mag gaan, tenminste als het voor de goede zaak is. Kevin is een Engelander [no comment] die op televisie een documentaire over AIDS-wezen in Zululand, Zuid-Afrika, zag en als de wiedeweerga zijn spaarvarkentje in stukken sloeg om de zuurverdiende centjes naar de Zuluutjes te katapulteren. Ter plaatse kocht hij bij lokaaltjes [geweldige term, gestolen van Raoul De Jongh, maar daarover straks meer] emmers vol fruit, bananen om precies te zijn, om uit te delen aan de zwarte weesjes. Zo kreeg hij als de wederwiega [is een wiedeweerga met terugwerkende kracht] de bijnaam ‘Banana Man’. Nu vind ik persoonlijk dat mijnheer Banaan eerder iets weg heeft van een Sam Goris dan van een banaan, maar daar is op zich niets op tegen. Toch blijft het voor mij een verhaaltje met een happy end waar een Febreze-geurtje aan hangt: eens thuis nam hij er een tweede job bij om opnieuw geld te verzamelen om zoveel mogelijk kinderen te helpen. Vervolgens startte hij een charity project om structurele hulp ter plaatse te bieden. Is dat erg? Dat valt te bezien. Ik hoorde voor het eerst van dit Kuifje in Zululand via Bert Verdonck en zijn vrouw, Tonia Opdebeeck. Zij besloten Kevin een beetje met zijn fruitcocktail te helpen. Op 8 en 9 augustus ll. namen ze deel aan de Dodentocht om geld in te zamelen. Ze haalden zich niet alleen de finish, maar ook een heleboel blaren op de hals, maar dat stoorde het koppel geenszins. [Bert zit overigens nooit om een leuk idee verlegen, getuige hiervan Berts’ deelname aan de Verbal Jam 5.] Bert en Tonia verzamelden zomaar eventjes 4000 euro het voorbije weekend en als je weet dat Kevin slechts 0,07 € nodig heeft om een kind voor 1 dag te voeden, dan kan hij daar in de nabije toekomst al heel wat hongerige maagjes mee vullen. Om het fruit te ontvangen, is het kindje verplicht op school aanwezig te zijn, dus dat geeft twee tseetseevliegen in één klap. En een kind dat schoolloopt, leert over AIDS en loopt hopelijk minder kans op besmetting door volwassenen met AIDS. [Dat is een derde klap, een malariemug in dit geval.] Ik heb gestort voor de hele [fruit-]handel, maar ik sta altijd wat sceptisch tegenover deze initiatieven. Niet alleen heb ik thuis al enkele zwartjes te voeden [knipoog], ik vraag me altijd af of het geld goed terechtkomt en of het überhaupt terechtkomt waar het zou moeten terechtkomen, zeker als de financiële steun bij middel van de digitale snelweg gaat. Daarom hou ik zo van het werkje ‘Stinknegers‘ van Raoul De Jong. ‘Wraoul’ zoals de Amerikanen hem plegen te noemen, is een Nederlandse halfcast met mogelijks een Surinaamse vader, die op twintigjarige leeftijd naar Afrika trekt om uit te zoeken of ontwikkelingswerk naar Europees kolonialisme ruikt of eerder iets weg heeft van dweilen met de kraan open. De Jong heeft een licht neurotische maar grappige schrijfstijl, waarmee hij dagboekgewijs zijn wedervaren met de lokaaltjes in West-Afrika vertelt. Uiteraard laat hij daarbij alle politieke correctheid varen maar omdat hij zichzelf ook niet spaart, levert dit een onbezoedelde kijk op Afrika op. Een voorproefje uit ‘Stinknegers’ in de overheerlijke en typische ‘Jip en Janneke-stijl’ van Raoul De Jong:
“Want zo dacht ik ook over Afrika, voor ik er was. Als een heel armoedig, doch o zo zuiver, afgesloten continent. En zo is het niet. Het is noch armoedig, noch afgesloten, noch zuiver. Het zijn gewoon mensen, net als hier. Even egoïstisch en materialistisch, ze hebben alleen minder. Ze hebben alleen minder, en dat wordt dan armoede genoemd, maar het is geen armoede als je er bent, als je erin leeft. Dan is het gewoon anders, meer niet.”
Raoul De Jong vraagt zich, net als ik af, of wij, als Amerikanen of Europeanen, of als blanken tout court, daar zo nodig moeten gaan ingrijpen, “hoe zwaar en ellendig dat systeem in onze ontwikkelde ogen daar ook moge zijn? Was dat eigenlijk ook een vorm van kolonialisme, ook al was het dan een goedbedoeld en gewenste misschien?” Zo’n vraag noemt men wel eens in sociolgische kringen een open vraag. En daarmede stuur ik jullie, lieve beeldschermkindertjes, vanavond bedstedegewaarts. Denk daar maar eens over na. Maar leg vooraf even het overheerlijke boek van Wraoul op het nachtkastje. Voor het geval u nog eens twijfelt of u zou storten of niet. Lees eerst en stort dan toch maar. U heeft goed gekozen! [op de tonen van het welgekende melodietje].
*Met dank aan Odette, via wiens fijnzinnige neus dit boekje mij kwam aanwaaien. [Odette, de hoeken zijn nog steeds ongekreukeld, maar op pagina 30 zit er een neushaartje tussen de middenplooi, ik had die dag de bladwijzer niet meteen bij de hand.]
** By the weg: storten voor de Banana Appeal kan te allen tijde, zie de link naar Bert Verdonck of de BananaMan hierboven.
Write a comment