* snow into sense * press coverage by an independent citizen writer

Site menu:

NetworkedBlogs


Archive

Meta

Archive for March, 2008

employer branding

toyotaIk doe op dit moment research naar employer branding. Dat is een Engels vlag die in het Nederlands de volgende lading dekt: ‘werken aan het werkgeversmerk’ . Om een aantal bedrijven hierover te bevragen, ga ik eerst het internet op. Bij vorige researchopdrachten is me al opgevallen dat sites van bedrijven niet altijd uitblinken wat interactiviteit betreft. Vaak ontbreekt een telefoonnummer of e-mailadres om het bedrijf te contacteren, soms kan men enkel via een contactformulier het bedrijf bereiken. De eerste naam op het bedrijvenlijstje dat ik aangelegd heb, is Toyota. Ik hoopte natuurlijk vurig dat ik in een korte tijdspanne een aantal HR-managers zou kunnen bereiken, om hen het vuur aan de schenen te leggen met betrekking tot hogergenoemd onderwerp. Edoch, bij Toyota ben ik van een kale reis thuisgekomen. Het hiernavolgend dialoogje komt niet uit ‘De Collega’s’, het VRT-programma uit eind jaren ‘70, maar werd opgetekend daarnet, zo rond de klok van vieren.

[Ik bel het gratis 0800-nummer dat op de ‘Toyota Belgium’-site vermeld staat. De Bolero van Ravel aan de lijn.]

“Toyota Belgium, waarmee kan ik u van dienst zijn?” [na zeven minuten wachten ongeveer]

“Goeiedag, ik ben Erika Claessens, freelance journalist voor Jobat, zou ik met een HR-manager van Toyota kunnen spreken?”

“Oh, maar dan bent u niet bij de juiste persoon. U bent hier in het call center. Ik zal u het nummer doorgeven: ….”

“Dank u wel.”

[Ik bel het nieuwe nummer in het Franstalig gedeelte van Brussel. De Bolero van Ravel aan de lijn. ]

“Toyota Belgium. Bonjour. Goeiedag.” [na langdurig wachten]

“Goeiedag, ik ben Erika Claessens, freelance journalist voor Jobat, zou ik met een HR-manager van Toyota kunnen spreken?”

“Oh, dat komt goed uit! Die wil ik ook net spreken. Ik bel hem even op voor u!.” [langdurig wachten]

[doorschakeling, iemand neemt op, praat wat en gooit de hoorn op, bezettoon]

[Ik bel opnieuw het nummer. De Bolero van Ravel aan de lijn plus inclusief langdurig wachten.]

“Toyota Belgium. Bonjour. Goeiedag.”

“Goeidag, ik had daarnet gevraagd om een HR-manager te spreken.”

“Ja, ik had u toch doorverbonden?”

“Ja, maar die persoon gooide de hoorn in de haak.”

“Oh, dat wist ik niet. Is het weer zo? Ik zal daar eens iets van zeggen. Ik verbind u door.” [langdurig wachten, She loves me Yeah Yeah Yeah, als ik me niet vergis]

“Oui, Bonjour.”

“Goeiedag, ik ben , bla bla”

“Maar dat zal ni kaan. Die meneer is me verlof. ” [gebrekkig Nederlands, duidelijk tegen de zin]

“Is er iemand die zijn telefonische oproepen opvolgt misschien? Ik ben namelijk journaliste en zou een gesprek met iemand van HR willen voeren.”

“Aja, aneen. Da iz ni mokelijk. Die meneer is me verlof. Kei zult moete wakten.”

“Is er dan niemand die misschien…?”

“Aja, neen, miskien da zal zijn PR miskien?” [schakelt door]

[telefoon rinkelt langdurig, plots neemt iemand op, ik hoor enkele zakenmannen gesprekken voeren op de achtergrond, vlam, de hoorn wordt in de haak gegooid]

Ik schrap Toyota van mijn lijstje.

Zou het opportuun zijn om aan Toyota te vragen of het bedrijf populair is bij werkzoekenden? En of ze een strategie hebben om werknemers aan te trekken? Employer branding? Ik heb een vaag vermoeden van niet. In elk geval, toen ik gisteren ging lesgeven bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken had ik een déjà vu à la ‘De Collega’s’. Maar daarover in mijn volgende post meer. [Dat noemt men in vakjargon een ‘cliffhanger’!]

waarom iedereen een mobiele telefoon met camera wil

louis neefsOmdat iedereen stiekem hoopt ooit hét filmpje van de eeuw te shooten. Stel, u huurt een hotelkamer in pakweg zonovergoten Indonesië en er komt een tsunami voorbijwaaien. Altijd handig, zo’n camerafunctie in de buurt. Of u neemt een taxi in New York, of all places, en voor uw neus schiet een politieman een dakloze in het been. Ik zeg maar wat. Dan bent u toch blij dat u dat even op de gevoelige plaat kan vastleggen? Altijd leuk voor de familie thuis. De man die onlangs in de rue d’Angleterre, aan het Brusselse Zuidstation, dit filmpje kon vastleggen, zag ook meteen zijn aankoop verzilverd. Het zou zelfs kunnen dat hij opgeroepen wordt als getuige in de rechtbank. [Dat levert naar mijn weten ongeveer 35 euro aan zitpenningen op.] Het filmpje uit Sint-Gillis deed me denken aan het tafereel dat Charly Laureys, medewerker aan het programma Echo, indertijd in Aarschot vastlegde. We schrijven november 1965 [ik ben enkele maanden oud!]. De winter heeft net toegeslagen en Jan-met- de-Pet plakt aan de kachel. In Aarschot trotseren enkele werkmannen van de stad toch nog de vrieskou. Eén van hen wrikt een kasseisteen los, de anderen staan werkloos toe te kijken. Laureys haalt stiekem zijn camera boven en filmt het hele non-event. Hij monteert er bij thuiskomst een liedje van Louis Neefs op en het onheil is geschied. In “Wat een leven” komen de gevleugelde woorden “Als ik ooit eens even vijf minuten tijd had…” voor en een klassieker is geboren. De kasseistampers van Aarschot staan sindsdien in het collectief geheugen der Vlamingen gegrifd. Ik had het filmpje graag vanonder het stof gehaald, maar ik kan het nergens vinden.  Ik kreeg er wel een ander in het vizier, met op de achtergrond zowaar het beroemde wijsje van Louis Neefs. Zeg nu zelf, toch handig om bij u te hebben, zo’n digitale camera op de mobiele werkplaats?

Uw stiekeme filmpjes kan u hier posten. Vergeet uw schaar en lijmstift niet en monteer er een passend deuntje op.

burgergeblaat

eierenClaus is dood. Zijn we rouwig, tevreden of ontstemd? Zijn we pissed over zijn dood of pissed omdat hij euthanasie kreeg? Hij wel en je demente overgrootmoeder niet? Zijn we treurig om zijn dood, om zijn persoon of om zijn lijden? Zijn we helemaal niet treurig, en vinden we dat er al genoeg over zijn oeuvre te doen is geweest? Het regent meningen dezer dagen. In de krant en op het www. Zelfs in knusse familie- en vriendenkring, zo net rond Pasen, rollen de meningen als paaseieren over het tapijt. Het heengaan van een literaire klepper beroert de harten, zoveel is zeker. Ik heb temidden van al dat onstuimig verzet en oeverloos gezwam gezocht naar een interessante uitvalshoek naar aanleiding van de dood van mijnheer Claus. En waar je het niet gaat zoeken, kan je het vinden. Op urbanmag.be schreef ene Sophia Van Parys een opmerkelijk in memoriam. Mevrouw Van Parys heeft het onderwerp iets langer onder de microscoop gelegd dan Kardinaal Danneels, [om maar eens iemand te noemen], en daarna uitvoerig uitgebeend. Niet dat ik na het lezen van haar stukje nu meteen een mening aan elkaar ga breien, ho maar. Dat laat ik over aan mensen met veel tijd. Maar bij deze lijkt me het nut van citizen media alweer bewezen.

En u? Wil u ook een ei leggen over het heengaan van mijnheer Claus? Leg het hieronder. Wees voorzichtig, zie dat het niet breekt!

brand jezelf met een blog

personal brandNederland heeft een blog-evangelist. Hij heet Ernst-Jan Pfauth en is oprichter van Spotlight Effect, een blog uiteraard, maar ook een platform voor ambitieuze studenten en jonge communicatieprofessionals. Pfauth heeft van bloggen zijn job gemaakt en vindt dat iedereen meer tijd zou moeten steken in het posten op een eigen blog. Hij ziet het als een soort van curriculum vitae waar je jezelf mee kan ‘branden’. Personal branding is helemaal in, maar communicatiesdeskundigen zijn zelf nog niet mee met de trend, volgens Pfauth. 

 

Wie een persoonlijk uithangbord [een blog] wil opzetten, zal Pfauth-gewijs de volgende vragen indachtig zijn:  

  • Wat maakt jou zo bijzonder?

  • Welke associaties wil je oproepen? 

De volgende tips voor het opzetten van een blog, gaf Pfauth mee in een interview aan De Redactie:

  • Ga brainstormen met een inspirerend persoon.

  • Investeer in je reputatie en relaties met anderen, en durf op sociaal vlak risico’s te nemen.

  • Heb de ambitie om iets uitzonderlijks te doen.

  • Denk minder in directe inkomsten, maar meer in indirecte.

Vervolgens moet u gewoon geduld oefenen, zegt Pfauth. Het succes komt u, internetgewijs, tegemoet, van zodra u uw blogboekje opendoet [gezongen op de tonen van het beroemde reclamedeuntje].

 

Uw blogervaringen met succes allerhande, zie ik gaarne tegemoet, commentsgewijs hieronder.

klascement

klascementMama’s en papa’s aller landen, er is hoop! Nooit zal u zich nog de haren uitrukken wanneer zoon- of dochterlief u om hulp vraagt bij het huiswerk. Nooit zal u nog aarzelen wanneer uw kind twijfelt aan ‘-d’, ‘-t’ of ‘-dt’. Want KlasCement biedt soelaas. KlasCement is een Vlaamse educatieve portaalsite, een initiatief van EduCentrum vzw. De site bouwt samen met leerkrachten een klassement met waardevol lesmateriaal uit. Motto: ‘the user is the content‘. En het werkt! U bent verplicht te registreren en een profiel aan te maken, maar daarna kan u meteen aan de slag. Zelf heb ik er voor mijn zoon Zinou, vierde klas lager onderwijs, de ‘kwelgeest’ ontdekt. De kwelgeest is een educatief spel, ontworpen door de universiteit, waarmee elk kind een truukje leert toepassen om ‘-d’, ‘-t’ of ‘-dt’ te schrijven op het juiste moment. Het kan op de site worden gedownload [typ zoekterm ‘kwelgeest’ in op de site] . Geef toe, geen eenvoudige klus, die eindletters volgens de regels klaren. In meer dan de helft van de mails die ik krijg, worden deze regels aan de spreekwoordelijke laars gelapt. Wanneer ik snel schrijf, durf ik er ook wel eens met mijn klak naar gooien, op zijn Antwerps gezegd. [Bij de weg: Weet u of het ‘wordt beheersd’ of ‘wordt beheerst’ is?] Maar naar het schijnt is het tegenwoordig geen schande meer wanneer men zich in een eindletter van een werkwoord vergist. Het eindletter-gedoe zou niet meer dan een artificiële constructie zijn, stammend uit de tijd van de Verlichting. Neemt niet weg dat onze kinderen nog steeds punten verliezen wanneer het kortetermijngeheugen hen in de steek laat. Komt daarbij dat een schrijverke als ik evenmin wegkomt met een joekel van een ‘-dt’-fout.

online doneren

goed doelIk heb twee weken geleden iets gedaan waarvan ik nooit had gedacht dat ik het zou doen: ik heb online een gift geschonken. Ik ben ingeschreven op de nieuwsbrief van een kennis, Charlie Badenhop. Bij zijn webmaster Inessa, een vrouw uit Rusland, werd onlangs een hersentumor ontdekt. Charlie vroeg in één van zijn laatste newsletters aan de lezers om een kleine gift. Daarmee wilde hij haar helpen de ziekenhuiskosten te betalen. Ik ken Charlie, maar ik ken deze vrouw niet. Toch heb ik via mijn PayPal-account één dollar overgemaakt. Een vreemde gewaarwording. Ik wist niet dat één zo’n vraag me kon aanzetten tot het schenken van geld via internet. Of betalen via PayPal veilig is, weet ik niet zeker, maar ik denk van wel. Ik betaal regelmatig voor mijn VOIP-telefoons een klein bedrag via Visa en ik heb ook al eens iets op eBay verkocht en de commissie via PayPal overgemaakt. NetworkForGood geeft een aantal tips om veilig geld te doneren aan een goed doel. Maar om verder te gaan over mijn dollargift. Zaterdag kreeg ik een telefoontje van een vriendin, die met Charlie samenwerkt. Ze vertelde me dat Charlie had gezien dat ik een donatie overgemaakt had. In totaal zamelde hij 30.000 euro (u leest het goed!) in en maakte de som over aan het ziekenhuis. Jammer genoeg kwam mijn donatie te laat. Inessa, de webmaster, heeft met succes de operatie doorstaan en kon aan de chemotherapie en de bestraling beginnen. Ze werd echter verleden week geveld door een ziekenhuisbacterie en overleed aan een hartstilstand.

de impact van bloggen (einde)

raymondIk had het in mijn vorige post over de impact van Rathergate op de blogosfeer destijds. Het tweede voorbeeld dat LVB aanhaalde, was het Raymond-geval dat in 2005 de toon aangaf. Raymond zong een liedje dat ‘Weg met Amerika’ heette, en LVB had er een mening over. Met sneeuwbaleffect: hij mocht opdraven in een Amerikaanse uitzending en kon er zijn ei kwijt. België én Amerika stonden op stelten. Op slag had iedereen er een mening over. Wat LVB fijntjes deed opmerken dat “een individueel weblog niets betekent, zonder andere weblogs die relevante en interessante artikels oppikken en verder verspreiden.” Want zo was het gegaan. De leescijfers van zijn blog stijgen sindsdien zienderogen. Ieder zijn gedacht, denk ik dan, maar de LVB’s en de Michel Vuijlsteke’s van deze wereld hebben het fenomeen bloggen in België op de kaart gezet, zo dunkt me. Nu nog wachten tot mijn weblog iets gaat betekenen, maar daarvoor moet ik dus eerst een berichtje posten waarover nog nooit iemand anders gepost heeft. Vervolgens hopen dat een ander naar deze blog linkt. Geen gemakkelijke taak, als u het mij vraagt. Tijd brengt zeker raad. Iemand een suggestie?

de impact van bloggen (2)

pinokioZoals ik gisteren al zei, Luc Van Braekel is niet de eerste de beste. Hij was mede-oprichter, bestuurder en general manager van PING NV, één van de eerste internet-providers voor particulieren in België (1995). Hij zat dus als één van de eersten naast de boom toen de appel naar beneden viel. [”He bootstrapped ping and made it a success when you were probably not even aware of the internet’s existence” - recommendation about LVB on LinkedIn]. Dat hij naast zijn kennis van het ICT-gebeuren, ook nog graag zijn eigen mening verkondigt, zit menigeen al jarenlang dwars. Op zijn blog is Van Braekel in ieder geval niet te beroerd om de commentaren van voor- én tegenstanders op zijn persoontje in de verf te zetten. Dit gezegd zijnde, leerde ik Luc die avond kennen als een beminnelijk man met wie het aardig borduren op een thema was. Maar ik zou het over het menu van de avond hebben. Eerst kregen we een uiteenzetting over wat bloggen precies inhoudt. Aardig om weten voor de leken in het publiek en het ging erin als zoete koek. Verder ging Van Braekel in op het waarom van bloggen. Waarom houden sommige lieden zich onledig met een blog en hoe komt het dat ze daar ook nog eens behoorlijk wat publiek mee weten te trekken? Komen we bij de hamvraag: hoe groot is de impact van bloggen? LVB schotelde ons drie voorbeelden voor. Het eerste betrof het Rathergate-schandaal (2004). Rathergate verwijst naar de televisiejournalist Dan Rather, die een nieuwsitem bracht waarin hij het had over het spijbelgedrag van George W. Bush tijdens zijn legerdienst. Om zijn betoog te staven, verwees hij naar een officiëel document. Een republikeinsgezinde blogger trok de authenticiteit van het document in twijfel toen de televisiejournalist het in het nieuwsitem als bron gebruikte. Het gevolg was een schandaal met de allures van Watergate [Lewinsky, eat your heart out!] De blogsurfer, steeds op zoek naar nieuws ‘heet van de naald’ en nergens anders te krijg, likte zijn vingers af. Sindsdien staat bloggen synoniem met ‘er een mening op na houden en die ook nog aan de man weten te brengen, bij voorkeur tegen de stroom in‘. Geef toe: dat is pas nieuws! Niets zo saai als een [komkommertijd]bericht, overgenomen van een buitenlandse nieuwszender of een persorgaan, en opgediend door de Bavo Claesen en Martine Tanghes van deze wereld. Op dat moment van het discours begon ik me af te vragen of Luc Van Braekel de mosterd daar was gaan halen toen hij Raymondgate gestalte gaf.

Maar daarover, lieve kijkbuiskinderen, morgen meer. Eerst nog een artikel over online social networking plegen, de stringente deadline indachtig.

PS Ik kreeg een mailtje van Luc Van Braekel met de mededeling dat mijn berichtgeving over Rathergate niet klopte. Ik had inderdaad de twee betrokken partijen door elkaar geklutst in mijn post hierboven en heb dit bij deze rechtgezet. Wie van naaldje tot draadje wil weten hoe het eraan toeging tijdens Rathergate, leest de post van LVB.

de impact van bloggen (1)

luc van braekelTijdens een netwerkevent vorige week kon ik kennismaken met Luc Van Braekel, de man achter www.lvb.net. Hij gaf er een uiteenzetting over de impact van bloggen. Daarbij stelde hij zonder schroom het maatschappelijk nut van de journalist in twijfel. Ik moet toegeven dat ik blij was dat mijn blog de ondertitel ‘press coverage by an independent citizen writer‘ droeg. Telkens wanneer Van Braekel het over het journaille had, keek het publiek onverdroten mijn richting uit. Alsof er iets aan mijn schoenzool was blijven hangen bij het binnenkomen. Luc Van Braekel is op alle vlakken een pionier wat internet betreft. Uit goede bron* heb ik vernomen dat hij al in 1992 op soc.culture.belgium (scb) was te vinden, een toen populaire nieuwsgroep. [een abonnement op internet kostte toen nog 2650,- BEF per maand, een bedrag om achterover van te vallen, recht in de armen van Ping, en nooit meer op te staan] Wat stond er nu precies op het menu tijdens de uiteenzetting van Van Braekel?

Daarover morgen meer. Eerst even naar de fitness. Zie ik u morgen weer?
* Boudewijn Delafortry, Alcatel-Lucent.

groen rijden in duitsland

groen rijden

Sinds gisteren hebt u een ‘umwelplakette’ of groen autovignet nodig om in bepaalde steden in Duitsland met de wagen te rijden. De bedoeling is de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en sterk vervuilende auto’s te weren uit de stadscentra of bepaalde delen ervan. De graad van vervuiling van uw auto hangt af van de levensduur van het vehikel. Het cijfer op uw vignet en de kleur ervan hangen af van de graad van vervuiling. Met bepaalde vignetten bent u niet welkom in een aantal steden. Het autovignet is verplicht voor iedereen die met een wagen rijdt, dus ook voor buitenlandse chauffeurs. De tien steden waar u een ‘umweltplakette’ nodig heeft zijn: Hannover, Berlijn, Keulen, Ilsfeld, Leonberg, Ludwigsburg, Mannheim, Schwäbisch-Gmünd, Stuttgart, Tübingen . In de toekomst volgen nog een twintigtal steden. Het vignet is niet in België te verkrijgen maar u kan het online bestellen of onderweg in Duitsland aankopen. Goed om weten: als u het meteen nodig heeft, dan kan u het kopen bij Mundorf Tank in Keulen, 24 uur op 24, ook in het weekend en tegen de prijs van 5 €. Een spotprijs, want via het internet betaalt u ongeveer 14 euro en ter plaatse kan de prijs oplopen tot 40 €. Op de website van de VAB vindt u een uitgebreide lijst met praktische tips over het Duitse milieuvignet voor de wagen. Het belang van het groene rijden werd me vorige week nog duidelijk toen ik de kinderen met de wagen naar school bracht. De aftandse rammelkar voor me liet een spoor van zwart rook na. Het duurde een tijdje eer ik begrepen had dat de vuile wasem die ik in mijn auto inademde, (en de kinderen dus ook), van de auto voor mij kwam. Na een poos wachten voor het verkeerslicht was de binnenlucht in onze auto dermate bezoedeld, dat ik de kinderen heb moeten vragen om een zakdoek voor de mond te houden. Het raam openzetten bleek niet doeltreffend. Enkele dagen later zag ik de chauffeur van de stinkende heilige koe terug in de wachtkamer van het plaatselijk politiekantoor. Ik hoorde hem aan de agent van dienst vragen hoe het nu zat met zijn rijbewijs dat ingetrokken was. De man in kwestie reed dus niet alleen rond met een vuile voiture, het onbrak hem ook aan een rijbewijs. Fraaie manieren. Ik ben dus voor groen rijden. Maar ook voor het rondrijden met een rijbewijs en bij voorkeur ook met een verzekering. Of vindt u dat ik overdrijf?