employer branding
Ik doe op dit moment research naar employer branding. Dat is een Engels vlag die in het Nederlands de volgende lading dekt: ‘werken aan het werkgeversmerk’ . Om een aantal bedrijven hierover te bevragen, ga ik eerst het internet op. Bij vorige researchopdrachten is me al opgevallen dat sites van bedrijven niet altijd uitblinken wat interactiviteit betreft. Vaak ontbreekt een telefoonnummer of e-mailadres om het bedrijf te contacteren, soms kan men enkel via een contactformulier het bedrijf bereiken. De eerste naam op het bedrijvenlijstje dat ik aangelegd heb, is Toyota. Ik hoopte natuurlijk vurig dat ik in een korte tijdspanne een aantal HR-managers zou kunnen bereiken, om hen het vuur aan de schenen te leggen met betrekking tot hogergenoemd onderwerp. Edoch, bij Toyota ben ik van een kale reis thuisgekomen. Het hiernavolgend dialoogje komt niet uit ‘De Collega’s’, het VRT-programma uit eind jaren ‘70, maar werd opgetekend daarnet, zo rond de klok van vieren.
[Ik bel het gratis 0800-nummer dat op de ‘Toyota Belgium’-site vermeld staat. De Bolero van Ravel aan de lijn.]
“Toyota Belgium, waarmee kan ik u van dienst zijn?” [na zeven minuten wachten ongeveer]
“Goeiedag, ik ben Erika Claessens, freelance journalist voor Jobat, zou ik met een HR-manager van Toyota kunnen spreken?”
“Oh, maar dan bent u niet bij de juiste persoon. U bent hier in het call center. Ik zal u het nummer doorgeven: ….”
“Dank u wel.”
[Ik bel het nieuwe nummer in het Franstalig gedeelte van Brussel. De Bolero van Ravel aan de lijn. ]
“Toyota Belgium. Bonjour. Goeiedag.” [na langdurig wachten]
“Goeiedag, ik ben Erika Claessens, freelance journalist voor Jobat, zou ik met een HR-manager van Toyota kunnen spreken?”
“Oh, dat komt goed uit! Die wil ik ook net spreken. Ik bel hem even op voor u!.” [langdurig wachten]
[doorschakeling, iemand neemt op, praat wat en gooit de hoorn op, bezettoon]
[Ik bel opnieuw het nummer. De Bolero van Ravel aan de lijn plus inclusief langdurig wachten.]
“Toyota Belgium. Bonjour. Goeiedag.”
“Goeidag, ik had daarnet gevraagd om een HR-manager te spreken.”
“Ja, ik had u toch doorverbonden?”
“Ja, maar die persoon gooide de hoorn in de haak.”
“Oh, dat wist ik niet. Is het weer zo? Ik zal daar eens iets van zeggen. Ik verbind u door.” [langdurig wachten, She loves me Yeah Yeah Yeah, als ik me niet vergis]
“Oui, Bonjour.”
“Goeiedag, ik ben , bla bla”
“Maar dat zal ni kaan. Die meneer is me verlof. ” [gebrekkig Nederlands, duidelijk tegen de zin]
“Is er iemand die zijn telefonische oproepen opvolgt misschien? Ik ben namelijk journaliste en zou een gesprek met iemand van HR willen voeren.”
“Aja, aneen. Da iz ni mokelijk. Die meneer is me verlof. Kei zult moete wakten.”
“Is er dan niemand die misschien…?”
“Aja, neen, miskien da zal zijn PR miskien?” [schakelt door]
[telefoon rinkelt langdurig, plots neemt iemand op, ik hoor enkele zakenmannen gesprekken voeren op de achtergrond, vlam, de hoorn wordt in de haak gegooid]
Ik schrap Toyota van mijn lijstje.
Zou het opportuun zijn om aan Toyota te vragen of het bedrijf populair is bij werkzoekenden? En of ze een strategie hebben om werknemers aan te trekken? Employer branding? Ik heb een vaag vermoeden van niet. In elk geval, toen ik gisteren ging lesgeven bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken had ik een déjà vu à la ‘De Collega’s’. Maar daarover in mijn volgende post meer. [Dat noemt men in vakjargon een ‘cliffhanger’!]
Posted: March 27th, 2008 under writing.
Comments: 1